Het jaar 1943

VRIJDAG 1 JANUARI 1943 

Met ingang van vandaag is aan gemeentesecretaris Klaas van Hout (zie foto boven) eervol ontslag uit zijn functie verleend vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Hij was geboren op 15 oktober 1877 in Balk. Vanaf 14 juli 1913 had hij de functie van gemeentesecretaris uitgeoefend. De gemeenteraad van Gaasterland heeft hem geëerd met zijn straatnaam in Balk: Klaas van Houtstrjitte. Als zijn opvolger gaat vandaag de heer Hendrik van der Wal (zie foto onder) aan de slag. Hij was reeds commies in het gemeentehuis. Evenals zijn voorganger blijkt Van der Wal een goed vaderlander te zijn tijdens zijn oorlogsperiode als gemeentesecretaris. Ze wisten allebei van verzetsactiviteiten binnen het gemeentehuis. Op 16 december 1896 is Van der Wal in Bolsward geboren en hij overleed op 4 januari 1972 in Balk. Hij was getrouwd met Lipkje Postma.

WOENSDAG 6 JANUARI 1943

  • Hâns Samplonius uit Sondel heeft voor de komende dagen weer de nodige informatie aan zijn dagboek toevertrouwd. Voor vandaag schrijft hij op dat er vorst in de sloot ligt en ’s avonds heeft hij de aardappelen bestopt. Daarna geeft hij twee dagen achtereen aan dat er nog vorst in de sloot zit. Bij zondag 10 januari schrijft hij dat het vinnig koud is. Weer twee dagen later is het weer waarschijnlijk iets beter want dan schrijft hij alleen het woord “koud” op.
  • Het weer is niet om over naar huis te schrijven want bij donderdag 14 januari 1943 schrijft hij dat het regent. Maar gelukkig worden de weersomstandigheden beter omdat hij bij 20 januari 1943 schrijft dat het nu mooi weer is. Zou hij toen al geweten hebben dat een dag eerder Prinses Margriet in het Canadese Ottawa geboren was?

DONDERDAG 21 JANUARI 1943 

Er worden met ingang van vandaag lagere vlees- en melkrantsoenen vastgesteld.

ZATERDAG 23 JANUARI 1943

  • Bij Warns verongelukt een viermotorige spiksplinternieuwe Lancaster vliegtuig. Het had nog maar 96 vlieguren. Van de zeven inzittenden zijn er twee overleden. Het ging hierbij om de 23-jarige Australische sergeant John Vincent Conlon en de 30-jarige Australiër Stuartson Charles Methven. Het uitgebreide verslag van deze crash staat hier.

DINSDAG 26 JANUARI 1943

De identiteitsplaatjes van de verongelukte piloten Conlon en Methven op 23 januari werden op hun lichamen aangetroffen. Daaruit bleek ondermeer dat beide mannen Rooms-Katholiek waren. Dat wordt de reden dat de begrafenis van beide mannen op de R.K.-begraafplaats in Bakhuizen heeft plaatsgevonden om 10.00 uur. Conlon werd begraven in rij 24 nummer 12 en Methven in rij 24 nummer 11.

WOENSDAG 27 JANUARI 1943 

  • De Amerikaanse Luchtmacht is eindelijk definitief geïnstalleerd in Engeland voor de aanval op Duitsland. Vanaf 20 februari 1942 was men bezig geweest dit allemaal voor elkaar te krijgen. In augustus 1942 zijn er eerst meerdere aanvallen op Frankrijk uitgevoerd. Vandaag, 27 januari 1943, gingen de Amerikanen voor de allereerste keer met een eskader van 23 vliegtuigen van het type Liberator op klaarlichte dag een aanval op Vegesack in Duitsland uitvoeren.
  • Vegesack was een industriestad aan de Weser even ten noorden van Bremen. De start was vanaf de basis Thurleigh in het Engelse graafschap Bedfordshire, de thuishaven van de 306de Bomb Group. Het eskader raakt boven de Noordzee uit de koers en de formatieleider Kolonel Leon Johnson besloot toen maar de haven van Lemmer aan te vallen om 11.45 uur. Er werden 96 bommen gedropt tussen een punt aan de zuidkant van Lemmer tot aan de grens met Sloten.
  • De schade aan mensen valt gelukkig erg mee. Toch is er een dode te betreuren. Het slachtoffer is Linze Jan Huitema, geboren 7 oktober 1904 in Doniaga. Men maakte zich zorgen omdat hij om 12.00 uur niet uit de weilanden was teruggekeerd. Er wordt een zoektocht ingesteld en men vindt hem levenloos zonder verwondingen in Lemmer-Noord. Huitema was door de luchtdruk van de bommen gedood terwijl hij met een boer op het land aan het werk was. De boer was bezig met hekkelen toen de bommenregen begon. Deze was zo verstandig geweest om plat op de grond te gaan liggen. De boer wilde ook dat Huitema dat zou doen vanwege de rondspringende granaatsplinters. Linze Jan Huitema wilde niet gaan liggen en bleef rechtop staan met de dood als gevolg.  Toen het helse gegil en geknal eindelijk voorbij was – en de ontploffingswolken wegdreven – kwam de boer overeind en hem mankeerde niets. Was Huitema maar gaan liggen dan had hij het overleefd want nu kwam er een einde aan zijn leven door de grote luchtdruk van de bommen. Huitema is in Doniaga begraven in vak 22 regel D8. Op de landerijen van R.G. Visser bij Sloten zijn drie bommen neergekomen en op de landerijen van K. Tromp komt één bom neer. Deze vier bommen zorgen voor een gat van twaalf meter doorsnee en een diepte van vijf meter. Er is vooral materiële schade voor de bewoners aan de Parkstraat in Lemmer. Bijna alle ramen in de woningen zijn kapot. Er is geen glas meer te krijgen en daarom moeten de inwoners zelf maar zien op welke wijze de ruiten dichtgemaakt moeten worden. Pas na de oorlog zijn er nieuwe ruiten geplaatst.
  • Het eskader gaat verder door met een grote boog te vliegen van Lemmer naar Sloten via Elahuizen. Hier wordt om 11.49 uur het eskader door één Duits jachtvliegtuig aangevallen. De Literators zorgen ervoor dat het Duitse Focke Wulfvliegtuig Fw190A-4, in twee stukken wordt geschoten. Een gedeelte valt in de Fluezen en het andere gedeelte komt tussen Workum en It Heidenskip terecht. De Duitse piloot, onderofficier Ehrhard Bruhnke, 23 jaar, kan zich redden door met zijn parachute het vliegtuig tijdig te verlaten. Hij landt in It Heidenskip met een schampschot aan zijn kin en een verstuikte rechterbovenvoet. Bruhnke woonde in Mackensen in Pommeren en was onderdeel van de 4e Staffel van Jagdgeschwader 1. Er komen nu ongeveer 35 Duitse vliegtuigen in actie en die richten zich allemaal op het terugtrekken van het eskader. De luchtgevechten beginnen boven Elahuizen. Boven de Waddenzee botst een Duitse Focke Wulfvliegtuig FW-190 op een Engelse Liberator en beide toestellen verongelukken. Een andere B-24 werd neergeschoten bij Terschelling. In totaal komen hierbij negentien Amerikaanse vliegtuigbemanningsleden om het leven.

ZONDAG 31 JANUARI 1943 

Prinses Beatrix viert vandaag haar vijfde verjaardag. Om iedereen een hart onder de riem te steken wordt onderstaande plaatje gemaakt en gedistribueerd. In Gaasterland worden meerdere van deze foto’s gevonden die door vliegtuigen waren uitgeworpen.

MAANDAG 1 FEBRUARI 1943 

  • De Duitser Harald Thiedecke volgt Herbert Joesch op als commandant (Zugführer) van het Peil- en Radarstation Löwe in Kamp Sondel. Hij blijft in een jaar in functie. Ook hij zal zich humaan en ridderlijk blijken te gedragen ten opzichte van de burgerbevolking en de vijanden, die dood of levend in zijn handen vallen.

DINSDAG 2 FEBRUARI 1943 

  • Politieman Mattheus Jacobus van der Meer uit Bakhuizen vindt ‘s morgens om halftwaalf een cilindervormig zwartgeverfde aluminium bus. De vindplaats is aan de rand van het IJsselmeer op gelijke hoogte met het Seeleantsje achter het Rijsterbos. De bus zit aan één kant dicht en heeft een lengte van een meter met een doorsnede van twintig centimeter. Van der Meer moet het deze dag op patrouille niet gemakkelijk hebben gehad want Hâns Samplonius uit Sondel schrijft in zijn dagboek dat het deze dag regent.

WOENSDAG 3 FEBRUARI 1943 

  • Deze woensdag gaat de geschiedenis in als “De Val van Stalingrad”. Het Duitse leger zit in deze Russische stad ingesloten en kan geen kant meer op. Het leger moet dan ook capituleren. En dat doet zeer bij de Duitsers. Het schijnt zelfs zo te zijn geweest dat Duitse commandanten opdrachten aan hun soldaten gaven met de opmerking: “Voorwaarts kameraden, wij trekken terug”. Als teken van rouw om deze nederlaag moeten de schouwburgen en bioscopen in Duitsland en Nederland drie dagen achterelkaar dicht.
  • Deze capitulatie heeft ook gevolgen voor een groot aantal Duitse militairen in Kamp Sondel. Hitler moet alle zeilen bijzetten als hij niet verder wil terugtrekken dan tot de Don en de Dnjepr. Er moeten zoveel mogelijk soldaten naar het Oostfront in Rusland worden gestuurd en dus ook uit Kamp Sondel. De zogenoemde Duitse ”Blitzmädel” vrouwen komen de soldaten in Sondel vervangen. In eerste instantie komen er dertig vrouwen en later worden dat er honderd. Zij kunnen evengoed als de soldaten de apparaten bedienen en het telefoonwerk doen.

Duitse dames in Kamp Sondel (archief Histoarysk Wurkferbân Gaasterlân) Foto beschikbaar gesteld door Elisabeth Lekmann

DONDERDAG 4 FEBRUARI 1943   

  • Op een hoogte van 7500 meter vliegen van westelijke naar oostelijke richting 58 geallieerde vliegtuigen richting Duitsland. Precies boven Elahuizen valt het middelste vliegtuig uit een formatie van vijf Duitse vliegtuigen de geallieerde vliegtuigen aan. Het Duitse vliegtuig wordt onmiddellijk getroffen en komt neer beneden. Later zal blijken dat de Duitse piloot een noodlanding heeft gemaakt bij Sint Nicolaasga.
  • In het concentratiekamp Vught is om 12.00 uur de boerenarbeider Rein Feenstra, geboren op 28 oktober 1890 in Kolderwolde omgekomen. Hij was een zoon van Jelle Feenstra, arbeider en van Pierke van der Weg. Deze ouders woonden later in Hindeloopen. Rein Feenstra woonde in Stiens. Hij was op 7 mei 1914 in Apeldoorn getrouwd met Anna van der Meulen, geboren op 2 mei 1883 in Hindeloopen. Zij overleed 29 november 1956 in Leeuwarden. Op 6 maart 1916 werd in Oldeboorn een levenloos kind geboren. Op 20 augustus 1927 werd nog een tweede kind geboren in Luinjeberd. Haar naam werd Hendrika. Zij overleed op 8 december 1943 in Huizum.
  • Roelof Akkerman, geboren in Tjerkgaast op 10 januari 1897 komt bij Langezwaag om het leven. Hij was in dienst als conducteur bij de NTM, de Nederlandse Tramwegmaatschappij. Engelse vliegtuigen hebben zijn trein beschoten. Omdat hij in Drachten woonde is hij daar ook begraven op de Algemene Zuiderbegraafplaats regel 30 nummer 7. Zijn naam staat vermeld op het gedenkteken 1940-1945. Het gedenkteken staat achter het voormalige busstation van de busmaatschappij FRAM in Drachten. 

ZATERDAG 6 FEBRUARI 1943 

Aan de Universiteiten in Nederland wordt razzia’s gehouden onder de aanwezige studenten als represaille vanwege de aanslag op het leven van Generaal Seyffardt. De Weermachtafdeling van de NSB wordt door de Duitsers opgeroepen tot het uitvoeren van politiediensten. Door deze razzia’s vluchten vele studenten en gaan onderduiken. Ook in Gaasterland komen daardoor de eerste onderduikers. 

DONDERDAG 11 FEBRUARI 1943 

  • Het is in Gaasterland vandaag buitengewoon mooi weer, schrijft Hâns Samplonius uit Sondel in zijn dagboek.

ZONDAG 21 FEBRUARI 1943 

Bijna alle kerken protesteren tegen het als slaven afvoeren en het opjagen van duizenden jonge mensen en het doden van Joodse medeburgers.

DINSDAG 23 FEBRUARI 1943 

  • Hâns Samplonius uit Sondel schrijft in zijn dagboek dat het “donker en zacht weer is”. In deze tijd van het jaar zijn de weersomstandigheden aardig gunstig want op 27 februari 1943 schrijft hij dat het mooi weer is. 

MAANDAG 1 MAART 1943 

  • Er is een grote reorganisatie bij de politie want alles wordt drastisch opnieuw ingesteld. Voortaan zal er maar één politieorganisatie meer zijn en dat is de Staatspolitie. Het wordt de “Nieuwe Orde” genoemd. Met deze reorganisatie denken de Duitsers nog meer greep te krijgen op de bevolking. De Koninklijke Marechaussee, de Gemeentepolitie en de Rijkspolitie zijn dus met ingang van heden verleden tijd. Dat houdt in dat de marechausseebrigade in de kazerne Sloten ook opgehouden is te bestaan. Zeer spijtig voor de centrale ligging van de stad Sloten. Het district Leeuwarden telde in 1939 vijftien marechausseekazernes en in de Zuidwesthoek had alleen Sloten zo’n kazerne. De Staatspolitie wordt ingedeeld in Districten, Groepen en Rayons. Hierdoor worden Gaasterland en Sloten nu één groep met Wietse Hoving als groepscommandant. De overige politiemensen zijn Jacob Helder; Klaas Walda, de Jong en Van der Meer. De politiegroep Gaasterland komt onder het algehele commando te staan van Oberleutnant Stoel uit Sneek 

DONDERDAG 4 MAART 1943 

  • In een dagboek van een onbekend gebleven inwoner van Sloten staat de aantekening dat er ongeveer tweehonderd Duitse militairen op de fiets Sloten passeren. In welke richting staat er niet bij en het is niet meer te achterhalen wat daarvan de bedoeling is geweest.

MAANDAG 8 MAART 1943

  • Het is vorstig weer, schrijft Hâns Samplonius uit Sondel en twee dagen later vertrouwd hij aan zijn dagboek toe dat het wit van de vorst is.

DONDERDAG 11 MAART 1943 

Het aantal vlees- en melkbonnen wordt weer kleiner in aantal verstrekt. 

ZATERDAG 13 MAART 1943 

In het vliegtuig van Adolf Hitler wordt een bom geplaatst. Deze ontploft echter niet.

Studenten worden nog meer onder druk gezet. Vanaf heden wordt van alle studenten een loyaliteitsverklaring aan de Duitsers gevraagd.

ZONDAG 14 MAART 1943

Alweer een beperkende Duitse maatregel. Er wordt bekend gemaakt dat vanaf een bepaalde datum de bankbiljetten van duizend gulden en van vijfhonderd gulden niet meer geldig zijn.

 

Hinke de Jager, geboren op 13 juni 1895 in Mirns en Bakhuizen, overlijdt in haar woonplaats Medan in Indonesië. De doodsoorzaak is niet bekend. Hinke de Jager was een dochter van Jacob de Jager en van Engel de Jager-IJlstra. In 1922 was Hinke naar Zutphen vertrokken. Zij was getrouwd met Jan Willem de Groote uit Zutphen. Haar laatste rustplaats is op het Nederlands Ereveld Pandu in Bandoeng.

 

 

Nederlands Ereveld Pandu Vak V 965

HALVERWEGE MAART 1943 

Rijkscommissaris Seys-Inquart had al in zijn metaalorder van 21 juli 1942 aangekondigd dat behalve melkbussen, bierbrouwketels ook alle klokken moesten worden ingezameld. Het zou wel wat meevallen, dacht men want: “Klokken uit de toren, Oorlog verloren”. Maar nu beginnen de Duitsers in Nederland met het ophalen van de kerkklokken en van klokken uit de klokkenstoelen. Van bijzondere exemplaren worden exemplaren in gips gemaakt. De klokken worden richting Duitsland vervoerd waar ze omgesmolten worden voor de wapenindustrie. Gaasterland is binnenkort aan de beurt. 

17 – 25 MAART 1943 

  • In de Boerenschool te Rijs wordt een kortlopende cursus georganiseerd met volksdansen, volksversjes en lichamelijke opvoeding. Op zondag 21 maart 1943 wordt de allereerste NSB-bijeenkomst in Friesland gehouden van het Opvoedersgilde. De spreker is W. Terpstra. Hij houdt een toespraak over “Opvoeding en Onderwijs in deze tijd”. De kern van zijn toespraak is “Wij mogen ons gelukkig prijzen dat onze leerlingen tot het Noordras behoren, omdat wij ons op het racistische standpunt stellen dat het Noordras een gezond en levenskrachtig slag mensen is”.

MAANDAG 22 MAART 1943 

Ook in de arbeidsomstandigheden wordt door de Duitsers ingegrepen. De werkweek gaat vanaf heden 54 uren duren.

DINSDAG/WOENSDAG 23/24 MAART 1943 

  • Boven het IJsselmeer wordt een Engels vliegtuig neergeschoten. Hierin zitten twee geheim agenten die boven Friesland in de omgeving van Koudum, Gaasterland of Workum uit het vliegtuig zullen springen. Eén van deze twee, Bergman, verongelukt hierbij, terwijl de andere, Gerbrands, in leven blijft. Gerbrands wordt namelijk opgepikt in een rubberen boot door Gerben Bootsma die kapitein was van de vrachtboot Holland Friesland IV van de rederij Stânfries in Leeuwarden. Gerben Bootsma zorgt ervoor dat Gerbrands naar Engeland kan ontsnappen.

WOENSDAG 24 MAART 1943        

Huisartsen die geen NSB’er zijn, doen afstand van hun bevoegdheden om huisarts te zijn. De artsen halen hun naambordjes van de deuren en de muren. Vandaag begint het artsenverzet. 

MAANDAG 29 MAART 1943 

  • Om 23.46 uur wordt tijdens slecht vliegweer de RAF Wellington 426 Mk.III BJ 762 op de terugkeer uit Duitsland door de Duitse vliegenier Helmut Lens in zijn nachtjager aangeschoten boven het IJsselmeer bij Lemmer. Het Engelse vliegtuig is gepeild door het Peil- en Radarstation Eisbär uit Sondel. Er zijn twee overlevenden en drie gesneuvelden. De begrafenis vindt plaats in Nijemirdum. Het gehele verhaal is verder te vinden in het deel I-5.

Vandaag wordt ook bekend gemaakt dat Joden met ingang van 10 april 1943 slechts in de provincies Utrecht, Noord- en Zuid-Holland mogen verblijven.

29 MAART – 3 APRIL 1943 

  • In de Boerenschool te Rijs wordt een kortlopende cursus gegeven waarbij NSB-landbouwvrouwen geleerd wordt hoe men van oud materiaal weer nieuw materiaal kan maken. 

VRIJDAG 16 APRIL 1943 

  • Jozef Gersjes uit Ruigahuizen doet bij de politie aangifte van een vondst die op zijn landerijen lag op één kilometer aan de zuidkant van de verharde weg. Het is een cilindervormig busje dat grijsgroen geschilderd is en een lengte heeft van vijftien centimeter met een doorsnede van acht centimeter. Aan de bovenkant zat een handvat en daaronder een rond koperen staafje. Op het busje stond: “Lebensgefahr beim Ubrennen in geschlossenen Räumen”. Het busje zal waarschijnlijk gebruikt zijn bij schietoefeningen door de Duitsers in Kamp Sondel. 

ZATERDAG 17 APRIL 1943 

  • Een vrijstaande woning en een dubbele woning wordt in Sondel door de Duitse Wehrmacht ontruimd en afgebroken. De dubbele woning was eigendom van Anne Dam uit Sondel en de vrijstaande woning was van Jelte Scholtanus uit Sondel.

19 – 22 APRIL 1943 

  • De Boerenschool uit Rijs houdt weer een cursus. Ditmaal is het een leergang voor gewestelijke leiders en leidsters van de Jeugdstorm.

VRIJDAG 23 APRIL 1943 

  • Fietsenmaker Hendrik Muizelaar, geboren in Oudemirdum op 21 juli 1918, was verplicht tewerkgesteld bij de Lennawerken in Duitsland. Hij overlijdt ’s morgens om halfnegen in het Knappschaftskrankenhaus van Hohenmoelzen bij Erfurt aan de besmettelijke ziekte Roodvonk. Vanwege deze ziekte is Muizelaar gecremeerd. Hij woonde in Nijemirdum. Zijn vader was melkrijder Steffen Geerts Muizelaar, geb. 19 juni 1889 te Oudemirdum en overleden op 28 november 1972 te Nijemirdum. Zijn moeder was Klaaske Muizelaar – van der Goot, geb. 2 juli 1892 te Oudemirdum en overleden op 23 mei 1981 te Nijemirdum. Hendrik had 3 broers en 2 zusters t.w. Geert geb. 1917, Klaas, geb. 1920; Trijntje, geb. 1925; Baukje, geb. 1928 en Douwe, geb. 1934. Hendrik was een dooplid van de Gereformeerde Gemeente in Oudemirdum.
  • Hendrik Muizelaar hoorde bij de eerste groep Gaasterlanders die in mei 1942 door de Duitsers opgeroepen werden om in Duitsland aan het werk te gaan, de zogenaamde Arbeitseinsatz.  Bij deze groep hoorden ook de Balkster broers Herman en Jaap van der Heide en drie mannen van de autobusmaatschappij Zuidwesthoek in Balk, Jacobus van Strien, Auke van der Veen en Gerrit Otter.

ZATERDAG 24 APRIL 1943 

  • Bouke Louwsma vindt ’s avonds om zes uur in Harich een voorwerp dat op een vliegtuigkoptelefoon lijkt. Het lag op het land van D. Tuinier. Het politiebureau in Balk neemt het voorwerp in beslag.

DINSDAG 27 APRIL 1943 

  • De negenjarige Kerst Beuckens uit Oudemirdum vindt tijdens een regenachtige dag een Engelse hoogtekaart in het Oudemirdumer Fonteinbos. Siebolt Luinenburg komt de kaart bij politieman Harmen de Jong inleveren.

WOENSDAG 28 APRIL 1943 

  • Het voorjaar doet zich gelden. Bij veehouder Hâns Samplonius in Sondel worden de koeien uit de stal losgelaten en in de weide gebracht. 

DONDERDAG 29 APRIL 1943 

Generaal Friedrich C. Christiansen, de Befehlshaber van de Duitse Weermacht in Nederland, maakt via een proclamatie bekend dat de driehonderdduizend Nederlandse oud-militairen uit mei 1940 opnieuw in krijgsgevangenschap zullen worden genomen.

De maatregel wordt genomen om de bezetter bang is dat de militairen de geallieerden mee zullen helpen bij een mogelijk op korte termijn te verwachten invasie op Nederlands grondgebied door Amerikaanse en Engelse legers. De militairen moeten dus uit de samenleving verdwijnen. Daarnaast moeten deze driehonderdduizend mannen meehelpen om het Duitse arbeidstekort weg te werken. De bekendmaking gebeurt via aanplakbiljetten en dagbladen. De angst slaat bij velen toe vanwege de grimmigheid van de tekst: “Wie aan deze oproep geen gevolg geeft of tracht zich op een andere wijze aan de krijgsgevangenschap te onttrekken, moet op de strengste maatregelen rekenen”.  Ook wordt er gesuggereerd dat het om ook alle oud-militairen gaat. Drukkerij Smit in Hengelo(O) hangt vandaag om 13.30 uur de bekendmaking op die via de telex is binnengekomen. De werknemers van zijn buurman machinefabriek Stork lezen de publicatie en zij leggen direct het werk stil. Dat voorbeeld wordt in een rap tempo overgenomen door andere bedrijven in Twente. De rest van Nederland leest de maatregel in de dagbladen van 30 april en ook zij leggen het werk uit protest neer.

Er was een gevoel van bevrijding en van vreugde onder de mensen ontstaan en de frustratie sloeg daarom toe. Heel veel oud-militairen duiken onder. Vanuit Twente worden velen via de telefoon op de hoogte gebracht en gevraagd om het stakingsbericht als een soort sneeuwbalsysteem door te geven. Dit lukt. Het wordt het begin van de beruchte april-meistaking, ook wel de Melkstaking genoemd. Winkels en (melk-)fabrieken gaan dicht.

Boeren laten leveren geen melk meer aan de melkfabrieken en laten de melk bijvoorbeeld verdwijnen in sloten of dongputten. Er zijn ook boeren die wel willen staken maar niet de kostbare melk willen laten wegstromen gelet op de voedselschaarste. Ook een deel van de ambtenaren legt het werk neer. In Nederland worden sabotages gepleegd, brandstichtingen vinden plaats en protestbijeenkomsten worden gehouden.

VRIJDAG 30 APRIL 1943 

  • Bij de Zuivelfabriek in Balk zijn de werknemers ook van plan om alle werkzaamheden neer te leggen. Ook zij kunnen zich niet vinden in het feit dat oud-militairen opnieuw in krijgsgevangenschap worden genomen. Zuivelfabriek Balk wil meedoen omdat Heeg, Hemelum en Oudega-W ook al aan de staking meedoen. In Heeg doet niet iedere werknemer aan de staking mee. In Balk staan de werknemers in kleine groepjes bij elkaar te praten waardoor het werk eerst door kan gaan.
  • Er wordt besloten dat een dag later het stakingsbesluit definitief zal vallen. De Zuivelfabriek gebruikte HABA als logo, dat is de afkorting van Harich en Balk. De Duitsers komen fel in actie vanwege de staking in geheel Nederland. Het standrecht wordt ingevoerd voor de provincies Overijssel, Gelderland, Limburg en Noord-Holland. Een dag later geldt het standrecht voor alle provincies. Dit recht houdt in dat er snel en hardhandig kan worden opgetreden om de onlusten de kop in te kunnen drukken en dat er niet meer dan vijf mensen bij elkaar mochten staan.
  • Om negen uur ’s avonds fietsen drie Duitse militairen van Kamp Sondel door Balk. Zij zijn op weg naar de ZWH-autobusgarage van de fa. de Boer. Er is nog geen Duitse maatregel die verblijf in de buitenlucht na acht uur heeft verboden. Hierdoor mogen er tien tot twaalf jeugdige knapen buiten zijn. Zij staan op de hoek bij hotel Teernstra en maken vreemde geluiden tegen de passerende Duitsers. De militairen draaien zich om en zij worden zo kwaad dat zij burgemeester Schwartzenberg erbij roepen. De Duitsers gelasten de burgemeester de straat direct te ontruimen. De Duitsers nemen het hoog op want zij dreigen met een handmitrailleur. Enige tijd later komen de Duitsers terug om te controleren of de burgemeester zijn werk heeft gedaan. En dat blijkt inderdaad gebeurd te zijn. De volgende dagen komt er steeds een Duitse patrouille uit Kamp Sondel om de naleving te controleren van het ingestelde avondverbod van 21.00 uur. De Duitsers zijn gealarmeerd over de dreigende stakingen en zij zullen daartegen krachtig optreden. Wellicht zijn deze drie Duitse militairen daarom zo snel aangebrand. 

ZATERDAG 1 MEI 1943        

Het wordt de hoogtepunt dag van de Melkstaking in Nederland. Dit blijkt ook uit de beschikbaar gekomen melkleveringscijfers uit de gebieden waar de staking was ingegaan. De coöperatieve melkfabrieken hebben de onderstaande cijfers aangeleverd:

28 april                1.068.336 liter
29 april                1.094.684 liter
30 april                   719.905 liter
1 mei                       126.960 liter
2 mei                       328.113 liter
3 mei                       459.991 liter
4 mei                       789.703 liter
5 mei                    1.117.308 liter

  • In de Zuivelfabriek te Balk wordt ’s morgens om zes uur een stakingsvergadering belegd over de vraag of het personeel zal staken of niet. Het stakingsidee was ontstaan bij het laboratoriumpersoneel met onder anderen Harmen Schippers. Eerste kaasmaker Jan de Vries – tevens een groots ondergronds verzetsman – wordt na een lange vergadering tot stakingsleider gebombardeerd. Zes melkrijders komen ’s morgens met hun melkbussen aan bij de fabriek.
    Er is niemand aanwezig om de bussen aan te nemen zodat alles zes melkrijders onverrichterzake met hun volle melkbussen weer vertrekken. Hâns Samplonius noteert dat “de melk kon niet weg vanwege een staking”. De zes melkrijders zijn Tjeerd Otter uit Wijckel; Jouke Gijzen uit Nijemirdum; Yke Roelevink uit Oudemirdum; Arnold Hijlkema uit Harich; Herre Roelevink uit Harich en Thijs Dijkstra uit Ruigahuizen.
  • Stakingsleider Jan de Vries was 14 september 1915 in Ruigahuizen geboren als zoon van Auke de Vries en Baukjen Jongstra. Hij trouwde met Hotske Boersma. Het gezin van Jan en Baukjen vertrekt in 1955 met zeven kinderen naar Marknesse.
  • In de kaasmakerij werkt Sjouke Schilstra. Zijn taak is om kaasblokken te vermalen. Uit protest trekt hij nu zijn sokken uit en maakt nu met zijn blote voeten de kaas fijn. “De kaas is toch bestemd voor de Duitsers”, zegt hij. Het personeel besluit ’s middags toch maar te gaan werken omdat de melk een onmisbaar levensmiddel is. Daarbij moet verder in acht worden genomen dat de zuiveldirecteur in beeld komt. Directeur Andries Dijkstra is geboren op 8 maart 1890 in Oosterend, gemeente Hennaarderadeel. Hij woont in het huis naast de zuivelfabriek in Balk.  Hij heeft tijdens deze melkstakingsperiode zijn afkeurende houding laten zien ten aanzien van het stakend personeel en dreigt zelfs de Duitse Sicherheidsdienst erbij te halen. De directeur was ook lid van Winterhulp Nederland. Een reden van zijn kwaadheid deze dag kan ook geweest zijn dat het arbeidersvolk aan zijn bevoegdheden tornde.
    Directeur Dijkstra vervolgt zijn acties door zgn. Standrechtbriefjes in de fabriek op te hangen. Na de bevrijding is Dijkstra voor de rechtbank verschenen. In het boek: Strijders, Onderdrukkers en Bevrijders wordt zijn naam vermeldt in het hoofdstuk Collaborateurs in organisatie en cultuur. Hij krijgt eerst huisarrest en later bedrijfsarrest.
  • De Zuiveldirecteur in Sloten was Eelke Haagsma, geboren op 13 augustus 1881. Hij wordt als Pro-Duits vermeld in hetzelfde hoofdstuk als zijn collega Andries Dijkstra. In een dagboek van een onbekend gebleven Slotenaar staat dat er deze dag een staking is geweest in Sloten. Meer staat er niet over beschreven.
  • In Bakhuizen is er rumoer als gevolg van de melkstaking in het Hemelumer melkfabriek. Er waren melkwagens gedemonteerd de wielen zijn verwijderd.  Het melkvervoer heeft met de nodige vertraging alsnog plaatsgevonden op gewone boerenwagens. Burgemeester Schwartzenberg rapporteert aan de Duitsers dat de geruchten omtrent een onwelwillende houding bij het melkvervoer van de Bakhuisters niet waar zijn. Op zijn verzoek heeft een politieman daar een onderzoek naar ingesteld en deze agent heeft gerapporteerd dat er geen enkele tegenwerking geweest is.

Zuivelfabriek De Goede Verwachting te Balk.

Aan de linkerzijde staan twee hefslagbomen. Rechts daarvan is een inrit om op het terrein te komen en links om weer terug te gaan. De kleur van de hefslagbomen was blauw en gingen als een harmonica in elkaar over. De hefslagbomen staan op deze foto open.
(Informatie kaasmaker Rein de Jong)

MAANDAG 3 MEI 1943 

  • In de Zuivelfabriek van Woudsend wordt algeheel gestaakt. Om tien uur ’s morgens verschijnt er bij de fabriek een overvalwagen met Duitse Feldgendarmerie. Er worden een paar boeren gearresteerd.

 

  • Een groepje jongelui draait de Oldelaamsterbrug open over de Helomavaart bij Munnikeburen. Hierdoor ondervindt de autobuslijndienst Wolvega – Kuinre veel vertraging.  De ondernemer en tevens directeur Lammert de Koe uit Wolvega van het autobusbedrijf WABO pakt direct de telefoon en waarschuwt de Duitsers. Hij wil persé dat zijn autobussen blijven rijden ondanks de april-meistaking. De Duitsers komen om één uur ’s middags met twintig militairen op een Duitse legerwagen. De brugwachter wordt gevangengenomen. De buurtbewoners maken dat ze wegkomen maar een zekere Jan Smid hoort de opdracht om staan te blijven niet en hij wordt door de Duitsers direct op het fietspad bij de kerk doodgeschoten.
  • De eerdergenoemde Lammert de Koe was op 5 september 1898 in Oudemirdum geboren als zoon van de arbeider Tomas de Koe en van Jantje de Vries.  Lammert de Koe was groepscommandant van de Nederlandse Landwacht. Hij maakte lijsten voor de Duitsers met inwoners die volgens hem in aanmerking kwamen voor verplichte tewerkstelling in Duitsland. Als commandant van de Landwacht hielp hij mee met razzia’s, opsporen en arrestaties van onderduikers. In een door hem zelf bestuurde autobus vervoerde hij Duitsers en WA-personeel naar de woningen in de omgeving om huiszoekingen uit te voeren. Daarnaast had hij nog een baan als bioscoopcontroleur voor de Nederlandse Kultuurkamer. Hij was zelfs zo erg dat de dat de rechtbankadvocaat-fiscaal hem na de oorlog beschreef als: “De meest gehate persoon uit de omgeving; de ziel van de tewerkstelling; de schrik van de streek en altijd met de SD op pad”. Die kwaad wilden, wisten de weg naar Lammert de Koe te vinden.
  • Eind maart 1945 zag Lammert de Koe in dat de oorlog niet lang meer zou duren en dat hij aan vervolging niet zou ontkomen. Verzetsman Arend Nooij uit Oldeberkoop was opgepakt en naar de gevangenis Crackstate in Heerenveen gebracht. Daar kwam Nooij na enige tijd per toeval in aanraking met Lammert de Koe. De Koe, die Nooij heel goed kende, beloofde hem dat hij hem vrij zou krijgen maar wel echter op één voorwaarde. “Voor wat hoort wat, ik zal zorgen, dat jij vrij komt”. aldus De Koe, “maar als de rollen zijn omgedraaid, doe jij dan een goed woordje voor mij?” Hiermee ging Nooij akkoord. De heer Nooij werd inderdaad door de SD vrijgelaten op voorwaarde dat hij de volgende dag terug zou komen met een paar pond roomboter voor de SD-ers. De heer Nooij heeft het beloofde inderdaad naar Heerenveen gebracht.

DINSDAG 4 MEI 1943

In Leeuwarden wordt de op 30 juli 1907 in Oudemirdum geboren Bauke de Vries gefusilleerd. Hij woonde in Oudega-Wymbritseradeel waar hij landbouwer en vrachtrijder was van beroep. Bauke de Vries springt op 1 mei 1943 op een boot met melkbussen en helpt mee om alle melk in het meer te laten lopen. Daarna duikt hij onder. Zijn vrouw Grietje en drie kleine kinderen blijven thuis en zij worden op 3 mei ’s morgens vanwege de april/meistaking dor de Duitsers gearresteerd met nog enkele andere gijzelaars. De vrouw van Bauke de Vries wordt gepakt omdat zij haar man niet kunnen vinden. De Duitsers passen het “Sippenhaft” toe en dat wilde zeggen dat een familielid kan worden opgepakt waarvan de verdachte op de vlucht is. De vrouw van Bauke de Vries krijgt de mededeling dat zij losgelaten wordt als Bauke de Vries zich komt aanmelden. Van alle kanten wordt Bauke de Vries dit afgeraden maar hij voelde zich zo verantwoordelijk dat hij zich wel ging aanmelden op 4 mei 1943.

Zijn vrouw werd direct losgelaten. Bauke de Vries wordt naar Leeuwarden gebracht waar hij standrechtelijk ter dood wordt veroordeeld. De andere gijzelaars worden vrijgelaten maar Bauke de Vries wordt als leider gezien. Met Dirk Fokkens, Jan Eisenga en Broer de Witte wordt hij ’s avonds om halftien op de schietbaan van het Kalverdijkje in Leeuwarden doodgeschoten. Er is lange tijd naar zijn graf gezocht. Uiteindelijk wordt zijn stoffelijk overschot in een massagraf bij Appelbergen gevonden. Op de begraafplaats in Oudega-Wymbritseradeel staat voor hem een gedenksteen. Het bureau van de “Polizeipräsident” in Groningen schrijft op 12 mei 1943 aan de burgemeester van Gaasterland dat Bauke de Vries niet meer leeft. Er wordt in de brief gevraagd om de familie in Gaasterland op de hoogte te brengen. De ouders van Bauke de Vries waren Jan de Vries, arbeider en winkelman en Hendrikjen Albada. Zij woonden later in Ruigahuizen.

WOENSDAG 5 MEI 1943   

De melkstaking is in Nederland van de baan en ieder gaat weer zijn gewone gedwongen gang. Met uitzondering van de Noord-Friese bouwhoek waar de staking nog één dag doorgaat. Het door de Duitsers gebruikte geweld om het verzet te breken heeft in Nederland in totaal 175 mensenlevens gekost.

MAANDAG 10 MEI 1943 

Het is een regenachtige en koude dag als de Duitsers een begin maken met de uitvoering van hun Verordening ten aanzien van de “Arbeidseinsätz”- de verplichte tewerkstelling – door alle Nederlanders op te roepen in de leeftijd tussen 18 en 35 jaar. Zij moeten verplicht naar Duitsland om te werken. Eerder op 6 mei waren alle studenten al gemaand om zich aan te melden voor werk in Duitsland. Er gloort weer eens hoop op de bevrijding van het Duitse juk. Het raakt bekend dat vandaag de Italianen en Duitsers in Noord-Afrika hebben gecapituleerd.

  • Vanaf vandaag verschijnt in Balk – en daarna ook nog kort in Sneek – het eerste nummer van het illegale blad Frontnieuws. Bij de uitgifte en het verspreiden van deze krant waren J. de Wilde betrokken en Mevrouw S. de Boer.

DONDERDAG 13 MEI 1943 

  • Met ongeloof werd in Gaasterland en geheel Nederland gelezen dat iedereen verplicht werd om zijn radiotoestel in te leveren. NSB-leden zijn daarvan uitgezonderd. Niet alle bewoners van ons land waren tot inlevering verplicht. De beschikking over de verbeurdverklaring van radio-ontvangtoestellen bepaalde namelijk dat de volgende groeperingen van inlevering vrijgesteld waren:
  • Bureaus van het Duitse Rijk, Wehrmacht, Waffen-SS, Duitse politie en het arbeidsgebied van NSDAP (Nationaal Socialistische Duitse Arbeidspartij) in Nederland.
  • Het personeel van deze bureaus met Duitse nationaliteit.
  • Daarnaast waren er groepen die een verzoek voor vrijstelling in konden dienen:
        • Personen met de Duitse nationaliteit
        • Leden van de NSB en onderdelen daarvan.
        • Familieleden van de vrijwillig bij de Wehrmacht dienende Nederlanders.
  • Familieleden van de vrijwillig bij de Waffen-SS of het vrijwilligerslegioen dienende Nederlanders.

AVROLancaster W4981 OL-A

Oberleutnant en Staffelkapitän Lothar Linke (foto) en zijn boordmarconist Walter Czybulka schoten om 23.24 uur in hun Messerschmitt een Lancaster in brand boven Gaasterland. Deze AVRO Lancaster W 4981 van de 83e RAF Pathfiner Squadron had de Engelse basis Wyton als thuishaven. Het toestel was om 21.54 uur opgestegen met Pilsen als het einddoel. Lothar Linke zorgde er dus voor dat het vliegtuig zijn bommenlading niet boven Duitsland kon laten vallen. Het vliegtuig ontploft in de lucht. Het grootste gedeelte van het vliegtuig is bij Eesterga neergekomen op ongeveer een kilometer aan de westkant van de Rijksweg Lemmer – Sneek. De gehele bemanning is omgekomen. Het is het 21e vliegtuig dat door Lothar Linke werd neergeschoten.

De omgekomen bemanningsleden zijn:

Sergeant(piloot) Antony Steven Renshaw
Sergeant (airbomber) Henry Rochead Wiliamson, 23 jaar, Edinburg.
Sergeant (Flight Engineer) Frederick Arthur Worsnop, 29 jaar, Derby
Sergeant(Airgunner) Jack Richard Stone, 20 jaar, Southhampton
Sergeant(navigator) Joseph Edward Lecomber.

  • Alle bemanningsleden zijn op de Algemene begraafplaats in Lemmer begraven. Van radiotelegrafist S.W. Gould is nooit wat teruggevonden. Hij zat vanwege zijn functie dicht op de bomlading toen zijn toestel door het Duitse vuur geraakt werd. Het vliegtuigwrak kon eerst in 1952 geborgen worden. In de resten van de machine werd nog het stoffelijk overschot gevonden van sergeant (airgunner) James Mcghee Hargreaves, 23 jaar uit Glasgow.

Bijna een half uur later schiet Linke zijn 22e vliegtuig bij Hieslum uit de lucht. Het ging hierbij om een Lancaster van het 9e Squadron. Ook hier kwam de gehele bemanning om het leven.

  • Aan dit verhaal kan nog een verhaal worden vastgemaakt. Het betreft het toenmalige raadselachtige grote gat in de landerijen in Wijckel op de landerijen van veehouder Jan Tijsma. Het land viel destijds onder Wijckel, gemeente Gaasterland. Op 1 juli 1944 werd Wijckel door herindeling onderdeel van de gemeente Lemsterland. De gemeente noemde het nu Follega en weer later weer Kooiweg in Lemmer. In een apart hoofdstuk is een verslag opgenomen van de plek des onheils waar men op 14 mei 1943 wel een gat vond maar geen vliegtuig. Er zijn daarin meerdere raadsels opgelost. 

VRIJDAG 14 MEI 1943 

Om twintig minuten over twee ’s morgens haalt Lothar Linke zijn 23e vliegtuig naar beneden bij Wijnaldum. Het is een Halifax van het 78e Squadron. De commandant en 6 bemanningsleden komen om en er is slechts één overlevende.

  • Lothar Linke gaat deze nacht maar door en dat wordt zijn einde. Om 03.51 uur wordt hij zelf gedood als zijn Messerschmitt Me 100 door een technisch mankement bij Tacozijl neerstort. Zijn boordschutter, onderofficier Mende, kon zichzelf met de parachute in veiligheid brengen.

 

  • De Gaasterlandse politie krijgt vanmorgen om acht uur bericht dat er achter Wijckel een vliegtuig neergestort zou zijn. Bij aankomst vindt de politie een groot gat in het land van Jan Tijsma. Rondom het gat liggen alleen wat metaalresten van een vliegtuig maar verder is er niets te zien. Wel zijn de Duitsers met deze zaak op de hoogte want er staat een Duitser op wacht bij het gat. Waarschijnlijk is het gat ontstaan door een vallende Lancaster vliegtuigmotor. Op 13 mei had een Duitse nachtjager boven Gaasterland een Lancaster in brand geschoten. Dit verhaal staat bij 13 mei beschreven. Het gat is naderhand dichtgemaakt.
  • Van halftwee tot vijf uur ’s middags zoekt motorboot Hilda uit Lemmer bij zuidwestenwind en een kalme zee langs de gehele Gaasterlandse kust naar een vliegtuig dat hier neergestort zou zijn. Zij hebben niets gevonden.

14 – 21 MEI 1943 

Alle jonge mannen, geboren in het jaar 1921, moeten zich vandaag gaan aanmelden voor verplichte arbeid in Duitsland. 

ZATERDAG 15 MEI 1943 

Om zes uur ’s avonds wordt het officiële standrecht ingetrokken dat op 30 april was ingesteld vanwege de melkstaking. De Duitsers zijn er zeker van dat er voorlopig geen oproer dreigt.

MAANDAG 17 MEI 1943 

In de Hepkema’s Courant staan drie veroordelingen voor zakelijke aangelegenheden. De veroordelingen werden hen opgelegd door de Economische rechter in Leeuwarden.

WOENSDAG 19 MEI 1943

Minister Gerbrandij roept via de Radio Oranje met klem de oud-militairen op om zich niet aan te melden voor de verplichte tewerkstelling. Hij zegt er ook bij dat ambtenaren niet mogen meewerken aan de uitvoeringsbesluiten.

19 – 25 MEI 1943 

  • Een groep Duitse landjeugd logeert in de Boerenschool te Rijs. Met de Nederlandse deelnemers wordt een vormingsweek doorgebracht. Hierna blijven de Duitse jongeren nog een half jaar in Nederland bij gastgezinnen. De Nederlandse deelnemers gaan een half jaar naar Duitse gastgezinnen. 

DONDERDAG 20 MEI 1943 

  • De klokken uit de kerktoren van de Rooms Katholieke Fredericuskerk uit Sloten worden weggehaald. Hâns Samplonius uit Sondel schrijft in zijn dagboek dat er een drinkwaterkrapte ontstaat.

VRIJDAG 21 MEI 1943 

  • Vandaag worden de klokken uit de Nederlands Hervormde Kerk van Sloten gehaald. 

MAANDAG 24 MEI 1943 

  • Opperwachtmeester Klaas Walda en politieman Leendert van der Bie zijn ’s morgens samen op patrouille. Om negen uur vinden zij in een perceel land bij Sondel negen strooibiljetten die uit vliegtuigen zijn gegooid in de nacht van 23 op 24 mei 1943. Ook in Sloten worden deze dag dit soort pamfletten gevonden.
  • Burgemeester Schwartzenberg van Gaasterland zorgt deze dag voor consternatie. Hoewel het reeds bekend is, laat hij deze dag overal in de gemeente pamfletten ophangen met de verplichting dat ieder zijn radiotoestel(len) moet inleveren. Het is niet op zijn bevel maar op voorschrift van de Höheren SS und Polizeiführer. Iedereen moet met zijn radio’s naar het gymnastieklokaal bij de openbare school in Balk. Balk wordt hiervoor de centrale plaats zodat alles ook in één keer alles – onder bewaking – kan worden opgeslagen. Er is een schema opgemaakt.
      • Balk: 10 en 11 juni van 8.30 – 12 uur en van 2-6 uur.
        Harich: 12 juni van 8.30 – 13.00 uur.
        Wijckel, Sondel en Ruigahuizen: 15 juni van 8.30 – 12 uur en van 2-6 uur.
        Nijemirdum: 16 juni van 8.30 – 12 uur en van 2-6 uur.
        Oudemirdum: 17 juni van 8.30 – 12 uur en van 2 – 6 uur.
        Bakhuizen: 18 juni van 8.30 – 12 uur en van 2-6 uur.
        Rijs en Mirns: 19 juni van 8.30 – 13.00 uur. 

24 MEI – 29 MEI 1943. 

Nu zijn alle jongeman aan de beurt die in 1922 of 1923 geboren zijn voor aanmelding van verplichte tewerkstelling in Duitsland.

VRIJDAG 28 MEI 1943

  • De klok wordt door de Duitsers uit het werkkamp Elfbergen in Oudemirdum gehaald. Het is een bronzen klok met een diameter van 45 centimeter met een brutogewicht van 65 kilo. De Duitsers besluiten uiteindelijk na een test de klok niet te smelten. Op 3 juli 1943 wordt de klok opgehangen in de Nederlands Hervormde Kerk te Rolde in Drenthe. Het zou toch eerlijker geweest zijn om de klok dan naar Elfbergen terug te brengen. Nu wordt een gestolen klok in Gods huis aldaar opgehangen. Op 1 maart 1946 verzoekt de burgmeester van Gaasterland aan de Directie Kunstbescherming om het Elfbergenklokje terug te brengen. De afloop hiervan is onbekend.

31 MEI – 2 JUNI 1943 

Nu moeten alle jonge mannen die in 1924 geboren zijn zich aanmelden voor de “Arbeitseinsätz” in Duitsland.

MAANDAG 31 MEI 1943

  • De burgemeester van Sloten had al eerder besloten om tot de verplichte radio-inlevering over te gaan. De inwoners krijgen drie dagen gelegenheid aan de verplichtingen te voldoen. Op maandag zijn de huisnummers 1-75 aan de beurt; een dag later kunnen de huisnummers 76-150 de toestellen inleveren en de huisnummers van 151 en meer kunnen dat op de woensdag doen. Alle keren is de inlevertijd van 9-12 uur en van 2- 5 uur.
    Op 10 juni 1943 maakt de gemeente Sloten bekend dat er exact 50 toestellen ingeleverd zijn.

6 eigenbouwradio’s
6 Erres
12 Philips
16 Telefunken
1 La Fayette
1 Fada
1 Owin
5 NSF
1 Halson
1 Unigro

Het boek: “Het radiotoestel in de Tweede Wereldoorlog” constateerde dat de ingeleverde radiotoestellen in de gemeenten voor het grootste gedeelte van Philips afkomstig waren met een gemiddelde inlevering van 50%. Daar waren twee gemeentelijke uitzonderingen op: Wessem in Limburg en de stad Sloten. Alleen in deze twee gemeenten is Telefunken een groter merk dan Philips. Beide gemeenten waren klein en de ingeleverde aantallen bescheiden. In Wessum was in 1943 één radiohandelaar die al jaren houder was van een Telefunken Service Station.

  • Zo zullen ook de Slotenaren alles bij een radiohandelaar in Sloten gekocht hebben. In Balk werden 69 Philipsradio’s ingeleverd en 19 Telefunkentoestellen.

Telefunken 33W (uit1930). Dit type van het Duitse Telefunken is of was in Nederland kennelijk heel populair, want Nederland levert in 1943 hiervan ruim 5.000 stuks in. Het is het meest voorkomende type van Telefunken (althans bij de inlevering in 1943). Ook de 33WL en 40W waren populair. Al deze types zijn wisselstroomtoestellen voor midden- en langegolf. (Foto:John Koster).

Publicatie uit het boek: het Radiotoestel uit de Tweede Wereldoorlog)

MEI/JUNI 1943

  • Het aantal onderduikers in Friesland en Gaasterland neemt snel toe. In een woonplaats in Midden Friesland was er in april één onderduiker; een maand later waren dat er twee en in juni zouden dat er al dertig zijn.

 

  • De Zuidwesthoek autobusonderneming kreeg het steeds moeilijker het bedrijf in gang te houden vooral toen in deze zomer de Duitsers de garage in Balk vorderden. De bezetting van de radarpost in Sondel had onderkomen nodig voor de vrachtwagens. Eerst was er nog sprake van dat ook de woningen bij de garage van de families Tjalk en Harmen de Boer ontruimd moesten worden maar dat viel nog iets mee. De wacht verbleef in het kantoor van de garage en de wachtcommandant verbleef in het kantoor van buurman Hoite Detmar. De garage moest worden ontruimd en bussen en onderdelen werden her en der ondergebracht. Zo ook in de garage van de Jong in Oudega. In die garage stond een Chevrolet personenwagen van het bedrijf zonder accu en rotor. Die onderdelen waren verstopt. Wel kon de auto als dat nodig was snel gereed gemaakt worden voor het verzet. Om ruimte te maken voor de bussen die uit Balk moesten verdwijnen, werd de Chevrolet ondergebracht bij boer Jelle Stoffelsma in Oudega. Het gehele verhaal over deze auto staat geschreven in deel II, hoofdstuk 31.
    De bezettende bemanning van de garage bleef lange tijd ongewijzigd maar er verscheen nogal eens een andere wachtcommandant. Verder waren er nog wat militaire chauffeurs. Jozef Fleck, een Oostenrijker, behoorde daar ook bij evenals de Duitsers Brinkman en Vetter. Het meeste contact was er met Jozef Fleck. Deze is later gedeserteerd. Zijn verhaal is hier te lezen.
  • Een van de wachtcommandanten was Henske; een gifkikker die genard werd waar dat mogelijk was. Henske ging om met een snolletje uit Amsterdam genaamd Marie met kind. Beiden had hij meegenomen naar Balk. Op last van de Duitsers moest het nog aanwezige ZWH-personeel een bestaande autobus ombouwen tot een overvalwagen. In de zijwanden werden ter hoogte van de zitplaatsen openingen gemaakt voor het snel in- en uitspringen. Met de ombouw werd enorm gelanterfant en het voertuig is nooit gebruikt geweest.

DINSDAG 1 JUNI 1943

Hendrik en Berend Bruinsma. Foto archief H. Twerda

De klokken uit de toren van de Rooms Katholieke Kerk in Bakhuizen en de klok uit de eeuwenoude (1767) klokkenstoel van Mirns worden vandaag opgehaald. De auto die de klokken ophaalt, verschijnt in Bakhuizen en dat wordt door de Bakhuisters gezien. De Bakhuister jongens vliegen naar de klokken in de kerktoren en beginnen te luiden. Zij worden daarvoor gewaarschuwd maar ze trekken zich er niets van aan. De klokkenophalers worden het zat en snijden de touwen door zodat het luiden niet meer mogelijk was. Zij waren al niet goed te spreken omdat er een afspraak was gemaakt dat de klokken klaar zouden staan op het kerkhof. Een jeugdige inwoner van Bakhuizen schrijft nog op de klok: “Die met gewijde klokken schiet, wint de oorlog niet”.

 

VRIJDAG 4 JUNI 1943 

  • Om 15.45 uur vindt in het distributiekantoor te Langweer een gewapende overval plaats door vijf leden van de KP (Knokploeg) uit Groningen. Twee leden daarvan waren de gebroeders Jaap en Piet Gootjes. Een ander lid was Klaas Roelof Woltjer. Overval De gemeenten Doniawerstal, Gaasterland en Sloten vormen samen één distributiedienst. Het is de eerste overval in Nederland. De buit bestaat uit 4680 bonkaarten; 24.931 losse bonnen, 800 inlegvellen, een aantal persoonsbewijzen, enkele stempels en f. 5020,00 contant (plm. € 2300). Er wordt een beloning uitgeloofd voor aanwijzing van de daders en het verradersloon bedraagt ook f. 5000,00. De burgemeester, de secretaris, gemeenteontvanger en al het verdere secretariepersoneel wordt ondervraagd.

WOENSDAG 9 JUNI 1943 

  • In zijn woonplaats Baarn wordt hoofdwachtmeester Marten van der Goot gearresteerd op verdenking van illegaal werk. Hij was 20 augustus 1891 in Wijckel geboren als zoon van arbeider Jelle van der Goot en van Lolkje Leentjes. Hij trouwde met Elisabeth van der Goot-Hulstein. Marten van der Goot komt via Amsterdam in het concentratiekamp Vught terecht.
  • Van hieruit wordt hij 6 september 1944 op transport gezet naar het concentratiekamp Oraniënburg/Sachsenhausen. In het begin van februari 1945 wordt hij overgebracht naar het concentratiekamp Buchenwald maar even later weer teruggebracht naar Oraniënburg. Hier stierf hij op 29 april 1945 aan ontberingen. Een aanwijsbaar graf van hem is niet te vinden. 

VRIJDAG 11 JUNI 1943 

  • Het Rooms Katholiek Kerkbestuur van Balk besluit om nieuwe kerkklokken aan te schaffen. De vorige zijn door de Duitsers weggenomen. Het besluit was snel genomen maar de levering van de nieuwe heeft erg lang op zich laten wachten.

DINSDAG 15 JUNI 1943

  • De Knokploeg van de groep Lever uit Sneek richt het “bijkantoor van de B.B.C.” op. De afkorting is van de radiozender Britisch Broadcasting Corporation. De knokploeg begint in het hotel van Henk Bonnema in Workum met het printen en daarna distribueren van de gestencilde blaadjes met het opgevangen B.B.C.-nieuws van de Engelse Radio. De blaadjes verschenen eerst twee keer in de week en dat werd later opgevoerd naar drie maal in de week. Zo nu en dan moest de drukkerij zich verplaatsen omdat het te gevaarlijk werd. Van Workum wordt het verhuizen naar Sneek en van daaruit weer naar Gau.
  • Ook daar wordt het te gevaarlijk geacht en gaat de drukkerij terug naar Sneek. Ze blijven verhuizen want het wordt hier weer te gevaarlijk gevonden en alles wordt weer gebracht naar de plaats waar alles begonnen is, nl. Sneek. De laatste verhuizing was toch weer van Workum naar Sneek. In Heerenveen werd een filiaal geopend. De krantjes hebben twee jaar prima werk gedaan en hadden een grote populariteit in de gehele Zuidwesthoek en dus ook Gaasterland. De eerste oplage was met 300 exemplaren en al redelijk snel werden dat er 2500 stuks. Het netwerk breidde langzamerhand uit tot uiteindelijk 5500 kranten.

DINSDAG 22 JUNI 1943

  • Om twintig minuten over negen ’s morgens komt er een zwerm van plusminus 200 Amerikaanse bommenwerpers over de Zuidwesthoek dreunen. Alle vliegtuigen zijn op weg naar de synthetische rubberfabrieken in Hüls, WestfalenBoven het gebied Koudum – Workum ontstaat er een luchtgevecht met Duitse jachtvliegtuigen. Enkele aangevallen Amerikaanse vliegtuigen laten hun brisantbommen vallen om zich beter te kunnen verdedigen. Door het verlies van de bommen kan het vliegtuig zich sneller bewegen. De gedropte bommen komen neer in het noordwestelijke gedeelte van de Fluezen. Ook in Mirns komen bommen neer. Aan de Bokkeleane in Harich vallen aan de westzijde daarvan op een perceel land acht brisantbommen en één brisantbom valt in het korenveld.
  • Sijbrand Jacobus Wierda, geboren 17 maart 1905, woont in Harich. Hij legt een verklaring af aan de politie dat er ’s morgens om halftien een vliegtuigbom gevallen is op een perceel weiland dat op een afstand van dertig meter aan de zuidkant van zijn woning ligt. De bom was direct ontploft en had een groot gat in de grond geslagen met een diameter van ongeveer 7-8 meter met een diepte van twee meter. Het raam van zijn woonkamer was door de luchtdruk verbrijzeld en ook nog enkele glasramen van zijn kippenhok. Uit de afmetingen van de bomtrechters kan opgemaakt worden dat de bom een gewicht had van 500 Engelse ponden oftewel 228 kilo, Waarschijnlijk hebben twee bommenwerpers hier hun lading gedumpt voor terugkeer naar Engeland.
  • Bij Mirns vallen in totaal ook negen bommen waarvan er één in het korenveld terecht komt. Eén van die bommen zorgt ervoor dat er een grote zware granieten zwerfsteen uit de grond naar boven komt. Het lag op het land van Obe Veltman aan de Wieldyk. Deze steen is naderhand verplaatst naar de ingang van het gemeentelijk kerkhof in Mirns.
  • Burgemeester Schwartzenberg doet al op 24 juni 1943 een aanvraag om schadevergoeding bij de dienst van de Algemeen Gemachtigde voor de Oorlogs- en Defensieschaden in Amersfoort. Uit zijn schrijven kan de totale schade worden opgemaakt in Mirns.
      • J. de Kroon 7 ruiten,
        Y. Falkena 7 ruiten,
        S. Sijbrandij een onderruit met 4 ramen, een onderruit met 1 raam, 1 ruit, 4 ruiten en nog eens 15 ruiten,
        J. van Dammelen 2 ruiten,
        Harm Visser 8 ruiten,
        J. Melchers 18 ruiten, 3 ruiten, 1 ruit en een onderruit kapot, 2 onderruiten kapot; 11 ruiten en 2 kleine ruiten,; 11 ruiten en ongeveer 100 dakpannen, 4 ruiten, 5 ruiten met twee ramen en nog eens 18 ruiten,
        S.J. Sikkes 5 ruiten met bovenruit. 8 ruiten met onderruiten,
        D. Nagelhout 8 ruiten met onderruit; 1 ruit; 2 ruiten met raam en 3 ruiten.
        A. Tolsma. 13 ruiten, 6 onderruiten en 9 ruiten.
        O. Veltman. 5 ruiten, 2 ruiten met twee kleine ruiten.
        J. Roodhof. 5 ruiten met 1 onderruit; 5 ruiten met raam.
        A. Folmer. 15 ruiten met drie ramen en nog eens drie ramen.
        R. Visser. 3 ruiten. A. van der Zee. 1 ruit en ongeveer 25 dakpannen.
        J. Sikkes. 3 ruiten met boven- en onderruit.
        Nagelhout: 2 ruiten.
        De opgave van Schwartzenberg eindigt met: “De meeste ramen met gemiddelde afmeting zijn vernield of niet bruikbaar".

De dikke kei die 22 juni 1943 naar boven kwam en sinds 1970 bij ingang van het Mirnser Kerkhof ligt. Postbode Berend Mous naast de steen. Op de steen staan Klaske Witteveen (r) en Afke Bakker (l). Foto archief H. Twerda

De kei op de achtergrond naast het gat.  Op de rand  van het bomgat staan: Klaske Tolsma, Aly Tolsma, Durk Nagelhout en Gerrit Wypkes van der Wal. In het gat; achterste rij v.l.n.r. : Tryntsje Tolsma-Sikkes; Willemke Nagelhout-van der Wal en Jozef Nagelhout, middelste rij  v.l.n.r.: Jantsje de Lange-Nagelhout; Durkje de Vreeze-Nagelhout en Sake Agricola, vooraan staat Pieter Johannes Bult. Foto H. Twerda

 

 

 

 

 

 

 

 

De familie Sijbrandij op de rand van de bomkrater. Op de achtergrond hun boerderij in de Wielpolder.
Foto archief J. de Jong.

 

Volgende