Jeen Hornstra

Jeen Hornstra, 22 mei 1900 – 17 maart 1945

Hornstra's boerderij te Wijckel

Jeen Hornstra werd geboren op 22 mei 1900 in Koudum. Zijn vader was Fekke Hornstra, geboren op 27 augustus 1863 in de gemeente Hemelumer Oldephaert en Noordwolde. Zijn moeder was Reinskjen van de Wetering, geboren op 9 juni 1869 in de gemeente Hemelumer Oldephaert en Noordwolde. Jeen Hornstra trouwde op 13 mei 1937 in de gemeente Gaasterland met Tiete Hiemstra, geboren op 2 juni 1908 in Oudega, gemeente Wymbritseradeel. Zij overleed op 19 oktober 1940 in Wijckel nadat haar zoon Fekke op 2 juli 1940 in Sneek geboren was. In Wonseradeel trouwde Jeen Hornstra op 5 mei 1943 opnieuw. Zijn echtgenote werd Baukje van Dijk, geboren op 23 september 1906 in de gemeente Wonseradeel.

Onderstaand leest u enkele korte gedeelten uit het verhaal omtrent de gedropte wapens naar en in Gaasterland. Het uitgebreide verhaal is opgenomen in het hoofdstuk "Gebeurtenissen" bij "Wapendroppings in Gaasterland".  Jeen Hornstra had slechts één nacht wapens verborgen gehouden in zijn boerderij. Hij werd opgepakt en uiteindelijk met boer Yde Yntema uit Hemelum en acht anderen op 7 april 1945 in een wraakactie gedood bij Doniaga.

----+-+----

Het zal in november of december 1944 zijn geweest dat een deel van de gedropte wapens op een volledig met stro afgedekte boerenwagen met luchtbanden vervoerd werd door de KP vanuit Echtenerbrug door twee ondergedoken officieren Siemen-Jan en Cor Blijleven via Lemmer, Tacozijl en Sondel. Zij werden op afstand gevolgd door twee begeleiders op de fiets. Deze boerenwagen had eerder al dienstgedaan als auto. De wapenlading zou eerst ondergebracht worden in de marechausseekazerne in Sloten omdat daar die avond in die kazerne een wapeninstructie zou plaatsvinden.

Maar politieagent Scholten zag de boerenwagen aankomen vanuit de richting Wijckel. Hij waarschuwde de KP-ploeg dat er in de kazerne te veel Duitsers en landwachters bezig waren om gevorderde fietsen te verzamelen. Scholten adviseerde om door te rijden naar Tjerkgaast naar de boerderij van Legendaal, omdat het nu zou opvallen dat de wagen plotseling zou omkeren. Er werd gevolg gegeven aan dit advies maar zij keerden al snel buiten Sloten om en gingen door de nauwe straten van Sloten terug naar Wijckel. Het besluit tot terugkeer werd genomen omdat zij al veel vertraging hadden opgelopen doordat er twee keer een lekke band was geweest in de omgeving van Lemmer. Het meest spannende daaraan was geweest dat zij bij beide lekke banden hulp kregen van Duitsers, maar gelukkig was alles goed afgelopen. De opdracht was om de wapenlading in twee helften te verdelen. Eén deel zou naar Marten Melles van der Goot in Sondel gaan en het andere deel naar Louw Wildschut in Wijckel. Tijdens het vervoer was er iets voorgevallen waardoor de begeleiders op de fiets achterbleven. Toen de wagen in Wijckel aankwam moest de wagenvoerder op hen wachten om het juiste adres van Louw Wildschut te vragen, om daarna de andere helft nog naar Marten Melles van der Goot in Sondel te brengen. Hierdoor raakte het tijdschema in de war en de mannen wilden het deel dat voor Wildschut bestemd was dan maar afladen in het Wikeler bos. De KP-ploeg had haast omdat zij uiteraard voor spertijd ’s avonds weer in Echten moesten zijn. Wildschut kon dan met eigen paard en wagen in het Wikeler Bos de wapens ophalen. Dat leek Wildschut te riskant, want het transport had toch al opzien gewekt en dan vooral de begeleiders. Daarom vroeg Wildschut zijn neef, Jeen Hornstra, die daar vlak bij de toren woonde, of de wapens even bij hem in de schuur opgeslagen mochten worden. De opslag zou hooguit een nacht duren. Hornstra gaf zijn toestemming en dat zou later zijn doodvonnis blijken. In de schuur van Hornstra werden de wapens en de munitie overgeladen op een gereedstaande boerenwagen. Er werden pakken met stro over de wagen gelegd en de KP-ploeg kon weer vertrekken. De volgende dag werd de wagen met wapens en munitie bij Hornstra opgehaald door de 15-jarige Roelof Wildschut. Deze reed door de landerijen de lading veilig naar zijn ouderlijk huis.

DUITSERS KOMEN NAAR GAASTERLAND

In het hoofdstuk Nieuwe Arrestaties bleek wel uit het snelle optreden van SD dat de Duitsers niet veel moeite hadden om de beide arrestanten Gerrit Loman en Hans Wilhelm Klotz, beiden uit Langweer, aan het praten te krijgen. Tegelijkertijd werd de situatie voor Wiepke Hof en vooral Roelof Knol hierdoor veel moeilijker. Zij hadden nog altijd feiten en namen verzwegen; nu kon Gerrit Loman ook tegen hen uitgespeeld worden. Er volgden snel achter elkaar nog meer arrestaties en op 19 februari 1945 werden de wapens uit het PEB-transformatorhuisje opgehaald. Uit de verhoren kwam het verhaal naar voren van het wapenvervoer naar Gaasterland. En hiermee begon een tragedie voor de Gaasterlandse boeren en voor Yde Yntema en Betse Bosma, beiden uit Hemelum. De Duitsers beten zich vast in de verklaringen van Gerrit Loman en Hans Willem Klotz en zij gingen op jacht in Gaasterland.

Op 19 februari 1945, om halfeen ’s middags, omsingelden de SD’ers de boerderij van Jeen Hornstra in Wijckel. De actie was ’s nachts om halftwee al begonnen met een bezoek van Duitsers aan de Gaasterlandse politiebaas Hoving in Harich. De SD vroeg hem naar de Herenweg. Hoving zei dat er geen Herenweg in Gaasterland was maar wel een straat met die naam in de omgeving van Beetsterzwaag. De Duitsers namen hier geen genoegen mee. Zij zeiden dat er een Herenweg in Gaasterland moest zijn, omdat een arrestant hun verteld had dat er wapens in een schuur aan de Herenweg moesten liggen. Hoving wist wel van het bestaan van de Heerenhoogweg in Wijckel maar vertelde dat niet. Uiteindelijk dropen de Duitsers af.

Jeen Hornstra had zich nimmer met illegale zaken beziggehouden behalve deze ene keer. Maar nu werd Jeen Hornstra verdacht van wapenbezit in zijn boerderij. De SD beschuldigde hem wapens in zijn boerderij te hebben, omdat verklaard was dat de opslag bij een boerderij was waar dikke stenen aan de weg lagen. Ontkennen baatte niet, evenmin als het feit dat een secure huiszoeking door boerderij en voorhuis geen spoor daarvan opleverde. Hornstra werd meegenomen en zijn vrouw zag hem nimmer terug. Hornstra zag al snel kans om – met hulp van het Nederlandse bewakingspersoneel - vanuit de gevangenis via een daar werkzame kapper te laten weten: "Ze vergen mij op namen en ik weet er maar één. Zorg ervoor dat jullie veilig zijn”. Die ene naam kon natuurlijk alleen maar zijn neef Louw Wildschut zijn. Maandagmorgen 26 februari 1945 hebben Duitsers de boerderij van de familie Louw Wildschut geheel in brand gestoken omdat ze geen wapens hadden kunnen vinden. Eerst in 1954 is de boerderij geheel herbouwd.

Links:
Echtpaar Louw Wildschut en Sjoukje Wildschut – de Vries.

Rechts:
Gevelsteen boerderij Gaestfjûr in Wijckel

Op zaterdagmorgen 17 maart 1945 werden de 10 gijzelaars onder strenge bewaking vanuit de gevangenis Crackstate in Heerenveen met een legerauto van de Duitse Weermacht naar de ruïne van de platgebrande boerderij van Michiel en Sytske Schotanus, Wielewei 21 in Doniaga gebracht. Uit Lemmer waren 20 Duitse polizisten opgeroepen en gearriveerd om de 10 mannen in twee groepen van 5 mannen dood te schieten.
De algehele leiding berustte nu bij de 34-jarige SS-Hauptstürmführer en SD Kommandant Erich Karl Kronberger. In eerste instantie werd er geschoten zonder iemand te raken. Toen kregen de mannen opdracht om “Heil Hitler” te roepen. In plaats daarvan riepen de mannen, “Leve de Koningin”.
Toen deed het vuurpeloton zijn uiteindelijke werk. Eerst moesten er 5 mannen tegen een muur gaan staan, waarbij door twee Duitsers op één man werd gericht. Eén richtte op het hoofd en de ander op de borst. ,Feuer” en de eerste 5 mannen vielen. Hierna werd de tweede groep van 5 mannen opgehaald en dezelfde procedure werd gevolgd. Ook zij werden door de kogels geveld. Alle slachtoffers hadden de aangeboden blinddoek geweigerd en de meesten van hen zijn biddend het vuurpeloton tegemoet getreden. De SD’er Scherneck schoot voor alle zekerheid de slachtoffers nog eens een pistoolkogel door het hoofd.
En nog was het voor de Duitsers niet genoeg. Als afschrikwekkend voorbeeld moesten de 10 lijken 24 uur blijven liggen op de executieplaats. Een Duitser moest erbij op wacht blijven staan.
In de vroege ochtend van maandag 19 maart 1945 werden alle 10 gefusilleerden begraven op de begraafplaats in Sint Nicolaasga.

De 10 slachtoffers zijn:

-Jelle Boersma, veehouder uit Katlijk, geboren op 17 februari 1910 in Oosterzee.
-Hotze Brouwer, veehouder uit Haskerhorne, geboren op 25 augustus 1910 in Akmarijp.
-Wiepke Hof, winkelier uit Echtenerbrug, geboren op 8 september 1916 in Echten. Zijn schuilnaam was Wim Reinders
-Roelof Knol, winkelier uit Meppel, geboren op 21 oktober 1922 in Meppel.
-Albert Koopman, houtbewerker uit Echten, geboren op 14 februari 1917 in Echten.
-Thomas Kuurstra, student uit Harlingen, geboren op 28 december 1920 in Harlingen.
-Dirk de Ruiter, veehouder uit Oudehaske, geboren op 25 september 1921 in Oudehaske.
-Siebe de Ruiter (vader van Dirk), veehouder uit Oudehaske, geboren 26 januari 1882 in Tjalleberd.
-Jeen Hornstra uit Wijckel, veehouder uit Wijckel, geboren 22 mei 1900 in Koudum.
-Yde Bouke Yntema uit Hemelum, veehouder, geboren op 27 februari 1902 in Hemelum.

Monument in Sint Nicolaasga. foto; Maikel Galama