Jochem de Ruiter

Jochem (Jo) de Ruiter werd op 22 maart 1893 in Schoonhoven geboren in een Nederlands Hervormd gezin als zoon van (hoef-)smid Albertus de Ruiter, (23-04-1854 Oldelamer) en Adriana Wassenaar, (1-01-1859 Katwijk). Op 20-jarige leeftijd voltooide hij zijn onderwijzersopleiding aan de Rijksnormaalschool en hij ging direct als onderwijzer aan de slag in Ameide. Daar bleef hij twee jaar tot 1915.

Daarna was hij zes jaar lang onderwijzer aan de Martha Stichting in het Zuid Hollandse Alphen aan den Rijn. Op 28 april 1921 trouwde hij daar met Kunera Gerwig, (28 augustus 1896 Monnickendam), van beroep lerares handwerken. Zij is de dochter van banketbakker Jacob Gerwig en van Neeltje Cornelia Tolk. Het echtpaar vertrok datzelfde jaar naar Hoorn op Terschelling waar Jochem Hoofd van de Christelijke Lagere School werd en waar 2 kinderen geboren werden: Adrina op 25 februari 1922 en Jacob op 2 februari 1924.

In 1925 werd Jochem de Ruiter benoemd als hoofd van de Christelijke basisschool in Oudemirdum. Tegelijkertijd begon hij in Leeuwarden een studie van 5 jaar tot landbouwonderwijzer. Hij behaalde de akten land- en tuinbouw en pluimveeteelt. In deze periode werden nog twee kinderen geboren, te weten: Nellie Corlina op 29 juli 1926 en Albertus op 16 april 1928. Met de behaalde akten werd hij aangesteld als de eerste directeur van de op woensdag 7 mei 1930 officieel geopende Christelijke Lagere Landbouwschool in Balk. Hij zal daar tot 1946 directeur blijven.

Het gezin ging op 24 februari 1930 tijdelijk wonen op het adres Balk B 73 (een steegwoning achter Van Swinderenstraat 38) en op 2 april 1930 werd er definitief verhuisd naar het adres Harich H 108 (nu Balk, Wilhelminastraat 68). Een groot verdriet in die tijd was het verlies van hun tweede kind, Jacob. Hij verdronk op 22 augustus 1932 als 8-jarig jongetje in het Slotermeer. Hij ligt begraven op het kerkhof in Harich.

In het gemeentelijke woningregister van Gaasterland 1930 – 1940 werd vermeld dat Jochem de Ruiter in het bezit was van een vuurwapen. In de Tweede Wereldoorlog ging hij in het verzet uit liefde voor land en volk. Vanaf 1943 was hij behulpzaam bij het onderbrengen en verzorgen van verschillende personen en het gezin nam in de oorlog zelf ook Joodse onderduikers in huis.

In oktober 1944 stond Rebecka Rijnsdorp uit Zwolle als Joodse onderduikster op de lijst van verzetsleider Benjamin Herre Steegenga uit Balk. De Ruiter en zijn echtgenote hebben daarvoor later, op 28 mei 1981, de Yad-Vashem onderscheiding uitgereikt gekregen.

Jochem de Ruiter droeg een vals persoonsbewijs met de schuilnaam Harmen Jongsma. Door zijn bemiddeling kwam de verzetsgroep regelmatig bijeen in een lokaal van de Christelijke Lagere Landbouwschool in Balk. Hij was van deze illegale groep de voorzitter. Andere leden waren penningmeester Benjamin H. Steegenga, Ties van Hout, Cornelis de Vries, Bouke van der Wal en Jan de Vries.

In de periode van de V-2 raketafschietingen in het Rijsterbos te Rijs - van 25 september tot 20 oktober 1944 - verleende het gezin de Ruiter onderdak aan informanten die in Rijs spionagewerk verrichten. Ook zamelde hij regelmatig gelden in voor de illegaliteit en droeg die af aan Benjamin Herre Steegenga te Balk. Verder kreeg hij met medeweten van het bestuur van de Landbouwschool de verplichting van tafel dat er Duitse les aan de leerlingen gegeven moest worden. Er werden twee argumenten daarvoor bedacht. Ten eerste dat de heer De Ruiter niet bevoegd was deze lessen te geven en dat er verder ook niemand was om daar les in te geven. En het tweede argument was dat de leerlingen dan te laat thuis zijn voor het melken, omdat de Duitse lessen na schooltijd gegeven moesten worden.

In 1946 stopte Jochem de Ruiter met het directeurschap van de Landbouwschool in Balk, omdat hij op 20 november 1945 deel ging uitmaken van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Hij deed dat voor de Christelijk Historische Unie (CHU). Tot 5 juni 1963 bleef hij deze functie uitoefenen. Op 28 november 1946 verhuisde het gezin De Ruiter naar het adres Balk B 142, later gewijzigd in Wilhelminastraat 58 te Balk. Jochem de Ruiter had al eerder blijk gegeven van zijn politieke aspiraties tijdens zijn lidmaatschap van de Provinciale Staten van Friesland gedurende de periode 4 juli 1939 tot en met 1 september 1941. Op last van de Duitse bezetter werd het lidmaatschap daarna verboden, maar na de oorlog werd Jochem de Ruiter weer gekozen als lid van de Provinciale Staten. Hij is dan Statenlid van 1 juli 1947 tot 6 juli 1954. In deze periode vervulde hij dus een dubbelfunctie als Statenlid en als 2e Kamerlid.

In 1953 verhuizen de heer en mevrouw De Ruiter naar Heerenveen. Van hieruit is het gemakkelijker (trein)reizen naar de 2e Kamer in Den Haag en naar overige bijeenkomsten in Nederland. Op 29 april 1954 ontving Jochem de Ruiter een hoge Koninklijke Onderscheiding en werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw. Op 27 maart 1957 ging het echtpaar De Ruiter terug naar Alphen aan den Rijn. Ook hier kwam Jochem de Ruiter nog niet tot rust en hij was hier van 1959 tot september 1962 lid van de gemeenteraad naast het Tweede Kamerlidmaatschap.

 

In de notulen van de Tweede kamer werd hij getypeerd als:
,,Goedmoedige Friese landbouwonderwijzer die achttien jaar woordvoerder landbouw en visserij namens de CHU in de Tweede Kamer was. Hij sprak vaak over de waterstaatsaangelegenheden en was lid van de Zuiderzeeraad”.

Jochem de Ruiter overleed op 25 juli 1969 in Alphen aan den Rijn in de leeftijd van 76 jaar. Zijn echtgenote overleed in 1981 in diezelfde plaats.

Partijpolitieke functies:

  • Voorzitter CHU Kiesvereniging
  • Secretaris CHU Kamerkring Friesland
  • Lid Hoofdbestuur CHU vanaf 1946

Nevenfuncties:

  • Lid Zuiderzeeraad
  • Lid College voor de Visserijen
  • Voorzitter ,,Vereniging Friesland 1940 – 1946” (voor Gaasterland en Sloten)
  • Beheerder Coöperatief Dorsbedrijf voor Gaasterland
  • Adviserend lid bestuur diverse land- en tuinbouwverenigingen
  • Lid raadgevende Interparlementaire Beneluxraad

Gedelegeerde Commissies:

  • Voorzitter bijzondere commissie voor het Wetsontwerp Onteigening in het belang der Natuurbescherming (Tweede Kamer der Staten-Generaal) vanaf 1956.
  • Voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerpwet erkenningen tuinbouw (Tweede Kamer der Staten-Generaal) van maart 1961 tot juli 1961.

Activiteiten als parlementariër:

  • Hield zich in de Tweede Kamer vooral bezig met landbouw, verkeer, waterstaat en onderwijs.
  • Behoorde in juli 1949 tot de meerderheid van de CHU-fractie die vóór een (verworpen) motie Schouten stemde waarin het Indonesië beleid werd afgekeurd.
  • Stemde in 1949 tegen de Soevereiniteitsoverdracht over Indonesië.
  • Was in 1957 een van de woordvoerders van zijn fractie bij de behandeling van de ontwerp-Deltawet.
  • Stemde in oktober 1958 als enige van zijn CHU-fractie vóór een amendement-Bieuwenga over het opnemen van een einddatum in de Wet vervreemding landbouwgronden.
  • Het amendement werd daardoor (met 69 tegen 67 stemmen) tegen de zin van het kabinet aangenomen.
  • Jochem de Ruiter behoorde in 1962 met Diepenhorst, Van Gelder en Wittewaal van Stoetwegen tot de minderheid van zijn fractie die voor de ontwerpwet premie Kerkenbouw stemde.