Leendert van Zandbergen

Leendert van Zandbergen (foto) werd geboren op 23 februari 1923 in Amsterdam. Hij werd als onderduiker opgepakt te Sondel op 24 augustus 1944. Overleden op 17 oktober 1944 te Schwessing in het Duitse concentratiekamp Husum, het buitencommando van Neuengamme.

In de Tweede Wereldoorlog studeert Leendert van Zandbergen aan de zeevaartschool in Amsterdam. Dan voeren de Duitsers de arbeidsplicht in: personen met de geboortejaren 1922, 1923 en 1924 moeten tewerk worden gesteld in Duitsland. Leendert valt ook onder deze regeling en zal daarom worden opgeroepen. Hij heeft geen enkel document om hem hiervan te vrij te stellen en daarom is er slechts één oplossing en dat is …onderduiken.

Maar waar doe je dat in zo’n onrustige woonplaats als Amsterdam, waar hij op het adres De Kempenaerstraat 76hs woont. Dan is er gelukkig nog zijn familie Bremer van moederszijde in het betrekkelijk rustige Oudemirdum. Die kan uitkomst bieden. Leenderts moeder is Stientje Bremer en zijn vader is Eize van Zandbergen. Leendert is de jongste van het gezin en heeft drie broers en drie zusters. De drie broers worden niet opgeroepen voor tewerkstelling, omdat zij met hun geboortejaren 1916, 1920 en 1921 buiten de opgeroepen jaarklassen vallen.

Zijn opa Jan Jans Bremer en zijn oma Margje Bremer-Zijlstra laten hun in moeilijkheden geraakte kleinzoon Leendert natuurlijk niet in de steek. Het is dan de zomer van 1943 en de natuur van Gaasterland is op zijn mooist. Iedereen is druk bezig met de dagelijkse dingen. Maar Leendert begint zich wat te vervelen en hij geeft aan dat hij graag iets wil doen. Hij vindt werk als boerenhulp bij de weduwe Lijsbert Bruinsma - Bajema, geboren 22 mei 1861 in Warns. Haar man Otte Bruinsma, geboren 17 oktober 1868 in Molkwerum, was 12 december 1940 in Sondel overleden. Het huwelijk bleef kinderloos. Zij was dus – mede gezien haar leeftijd - helemaal aangewezen op de vaste arbeider Wiebe de Vries die met gezin vlakbij de boerderij woonde. Zij overleed 19 augustus 1948 in Sondel. De boerderij was genummerd Sondel 97 en later gewijzigd in Jacobus Boomsmastraat 5.

Wiebe de Vries was dus de boer op de boerderij. Hij heeft nu in 1943 zijn schouder gebroken door de trap van een paard. Op 20 september 1943 vertrekt Leendert daarom naar het gezin van Wiebe de Vries en daar wordt hij hartelijk opgenomen. Leendert laat zich ook zien in de Sondeler gemeenschap en komt ook bij anderen op het erf, zoals bij de familie Hendrik Eppinga in Sondel. Het verblijf gaat bijna een jaar lang goed, tot aan de fatale dag van 24 augustus 1944 als Leendert wordt opgepakt. Gaasterland was namelijk op 29 juni 1944 bezet door een groep van 30 landwachters, vanwege het feit dat er van de NSB zo weinig actie werd vernomen. Het gebouw van Christelijke Belangen in Balk fungeerde als organisatiecentrum. Tevens zat de groep landwachters in Balk centraler om de in- en uitgaande personen van de passagiersboten in Lemmer en Stavoren te controleren.

Er moesten dus wel slachtoffers komen om de landwachtorganisatie tevreden te stellen. De razzia’s in Gaasterland namen toe en zo is ook Joop Doedenias Schweitzer op 4 augustus 1944 in Elahuizen om het leven gekomen tijdens zijn vlucht voor een landwachtsurveillance.

De boerderij in Sondel waar Leendert van Zandbergen was ondergedoken. foto Friesch Filmarchief

Op 24 augustus 1944 fietsen vijf landwachters langs de boerderij van de familie de Vries. Er zijn twee landwachters bij deze groep die de omgeving erg goed kennen. Eén landwachter woont in Tjerkgaast en een andere heeft jaren in Sloten gewoond.  De derde is landwachter Geert Leij, de 42-jarige landarbeider uit Anjum. De overige twee zijn onbekend gebleven.

De groep van 5 landwachters hoort in Sondel het geluid van gillende varkens in de boerderij van Wiebe de Vries en daarom blijven de fietsers staan. In de boerderij van de Vries zijn 3 varkens, waarvan er één in een afzonderlijk hok is gezet. Dat ene varken is echter losgeraakt en bij de overige twee varkens terecht gekomen wat op vechten uitdraait. Zij gaan enorm tekeer. Wiebe de Vries is op dat moment niet thuis en zijn echtgenote Korneliske de Vries roept naar Leendert: ,,Kun jij dat even in orde maken, Leendert?” Leendert loopt er direct naar toe om de vrede te herstellen. De landwachters hebben dus de gillende varkens gehoord en denken daarbij waarschijnlijk dat hier sprake is van illegaal slachten. De landwachters besluiten direct de boerderij van De Vries te bezetten met het noodlottige gevolg dat zij Leendert in de schuur aantreffen, zodat er geen ontvluchtingsmogelijkheid meer is. Hij moet ogenblikkelijk zijn persoonsbewijs laten zien. Ook zijn koffer wordt bij de huiszoeking grondig nagekeken.

Op dat moment komt De Vries thuis en ziet dat de landwachters druk bezig zijn hele boerderij te doorzoeken en waarschijnlijk op zoek zijn naar een radio. Zij vinden geen radio maar wel 16 zakken met rogge en dat geeft aanleiding om boer de Vries te ondervragen. Dat gebeurt door de beide ter plaatse goed bekende landwachters. De landwachter die vroeger in Sloten woonde is hierbij de grootste woordvoerder. Tijdens de ondervraging wordt Leendert door de overige landwachters vastgehouden. Nadat de landwachters genoeg in huis gezocht hebben en verder niets gevonden hebben, probeert de Vries om Leendert los te krijgen. De voormalige Slotenaar zegt dat dat niet gaat, want hij vindt dat Leendert eerst moet vertellen hoe hij aan de op hem gevonden broodbonnen is gekomen. Wiebe de Vries kan zien dat de landwachters in hun nopjes zijn dat zij Leendert kunnen meenemen.

De Vries probeert het nog eens door hen te vragen of zij wel aan de ouders van Leendert denken als deze naar Duitsland gebracht zal worden. De grootste woordvoerder van de landwachters zegt: ,,Er zijn zoveel jongens van ons die hun leven laten in Rusland, dat hindert niet. Wij zijn zo blij dat wij hem hebben, De Vries, en zij krijgen hem wel aan het praten. Als wij het niet kunnen, dan halen ze het er anders wel uit”. Het is duidelijk dat de landwachters denken met de vangst van Leendert van Zandbergen een vinger achter de illegaliteit te kunnen krijgen. Daarom is het zo belangrijk te weten hoe Leendert aan zijn broodbonnen is gekomen. De landwachters willen vertrekken met Leendert als gevangene en De Vries staakt zijn pogingen om Leendert vrij te praten. Leendert gaat op transport naar het landwachtersbureau in Balk. Waarop Leendert zegt: ,,U kunt mij brengen waarheen u wilt. Mijn God gaat met mij mee, daar vertrouw ik op”.

De landwachters hebben inmiddels de fiets van Wiebe de Vries gepakt. De Vries vraagt nog of hij de fiets de volgende morgen weer kan ophalen. Dat verzoek wordt afgewezen en de landwachters zeggen dat hij blij moet zijn dat hij zelf niet wordt meegenomen. Dan wordt de pols van Leendert met een riempje aan het fietsstuur vastgemaakt. Hij geeft aan dat het riempje nogal strak zit. Hij voegt er aan toe dat hij geen boef is. De landwachter – oud-inwoner uit Sloten – doet daarop het riempje wat losser en maakt daarbij de opmerking: ,,Wij zouden je prijzen als je probeert te ontvluchten, want dan schiet ik je neer”.  Op deze vernederende wijze wordt Leendert naar Balk gebracht. Van 18 augustus 1944 tot en met 25 augustus 1944 heerst er in Nederland een hittegolf met drie tropische dagen. Op 23 augustus is de warmste dag uit die periode met 34,7 graden. Door de enorme hitte zijn er niet veel mensen op de openbare weg buiten deze 5 landwachters, zodat waarschijnlijk weinigen het meevoeren van Leendert opmerken. Een dag later – 25 augustus 1944 – wordt Leendert ’s morgens naar Leeuwarden gebracht en van daaruit op vermoedelijk 1 september 1944 naar Delfzijl weggevoerd. De familie van Leendert van Zandbergen en de familie De Vries horen nadien niets meer van hem.

Tot augustus 1945 – een jaar later - als de familie Van Zandbergen een bericht van het Rode Kruis krijgt dat Leendert van Zandbergen op 17 oktober 1944 te Schwessing in het concentratiekamp Husum bij Neuengamme is overleden. Dat is dus binnen 2 maanden na zijn gevangenneming in Sondel.

In de Leeuwarder Courant van 4 april 2018 was een artikel opgenomen met de enige nog levende gevangene - Wim Aloserij - uit het kamp Husum-Schwesig in het uiterste noorden van Duitsland. Hij vertelde daarin de omstandigheden uit het kamp. “In dit kleine buitenkamp is geen ontsnappen mogelijk aan de Duitse moordtactiek van ‘”Vernichting durch Arbeit”: of te wel doodwerken.

Grafsteen op de begraafplaats te Loenen. Foto uit: www.ogs.nl

De gevangenen werkten onder erbarmelijke omstandigheden aan de Friesenwall, een verdedigingslinie tegen een geallieerde invasie. Ze groeven tankgrachten in het zompige moerasgebied en ze stonden soms tot hun middel in het koude water. Wim Aloserij zei letterlijk: “Husum was één van de verschrikkelijkste kampen. Je verliest je waardigheid. Ik was daar geen mens, maar een stuk gereedschap, een instrument. Je werkt of je bent dood. Een tussenweg was er niet”. Wim Aloserij kwam te werken in de ziekenbarak. Hij verzorgde daar gevangenen die zo weggerot waren dat het bot zichtbaar was.

Leendert van Zandbergen is begraven in Husum bij Neuengamme. In 1950 vindt de herbegraving plaats op de erebegraafplaats in het Gelderse Loenen in grafnummer E-400.

Bronnen:

  • Brief van Wiebe de Vries in november 1945 aan het gemeentebestuur van Gaasterland met de gehele toedracht, beschikbaar gesteld door Tinie en Sietze Doorenspleet, Lemmer.
  • Leeuwarder Courant 4 april 2018
  • De foto van Leendert van Zandbergen is beschikbaar gesteld door Tinie en Sietze Doorenspleet, Lemmer.
  • Aanvullende informatie door de familie Hoekstra – (Lize) de Vries uit Emmen.
  • Boekwerk Gescheurd Land 1940-1945

De ouders van Leendert van Zandbergen zijn:

Eize van Zandbergen, geboren 25 oktober 1889 in Koudum, van beroep winkelier in koffie en thee. Op 28 september 1911 in Amsterdam getrouwd met: Stientje Bremer, geboren 25 januari 1885 in Hemelum. Eize van Zandbergen overleed op 2 juni 1952 te Amsterdam en Stientje Bremer op 12 mei 1979 ook in Amsterdam. Het gezin telde 7 kinderen waarin Leendert de jongste was. Alle kinderen zijn in Amsterdam geboren.

  1. Antje van Zandbergen, geboren 18 december 1914. Op 26 mei 1959 trouwde zij met P. Hommes.
  2. Jan van Zandbergen, geboren 12 maart 1916. Op 5 februari 1941 getrouwd met J.R. Baas.
  3. Grietje van Zandbergen, geboren 6 mei 1917. Op 21 december 1939 getrouwd met J.G. Visser.
  4. Hermina van Zandbergen, geboren op 2 september 1918. OP 1 oktober 1947 getrouwd met J. Feenstra.
  5. Hermanus van Zandbergen, geboren op 16 januari 1920. Op 26 november 1953 getrouwd met D. van Dijk.
  6. Eize van Zandbergen, geboren op 26 oktober 1921. Op 19 december 1946 getrouwd met R. Feenstra.
  7. Leendert, geboren 23 februari 1923.

Grootouders van vaderszijde:

Hermanus van Zandbergen, geboren 22 februari 1861 te Marssum, van beroep kuiper. Hij trouwde op 10 mei 1884 in Wymbritseradeel met Antje Jellema, geboren op 5 december 1861 in Scharnegoutum. Zij woonden in Koudum.

Grootouders van moederszijde:

Jan Jans Bremer, geboren 10 april 1852 te Oudemirdum, arbeider. Hij trouwde op 15 mei 1884 te Gaasterland met Margje Zijlstra, geboren op 20 juli 1846 te Warns. Zij woonden in Hemelum of Oudemirdum. De achternaam wordt zowel als Bremer geschreven als Breemer.

  • De landwachter – voormalig inwoner van Sloten – is Klaas Delfsma
  • De landwachter uit Tjerkgaast is Hendrik Brandsma. (Langweer, 14 januari 1904)

Klaas Delfsma werd op 1 september 1890 geboren in Noordwolde als zoon van Berend Delfsma en Antje van der Veen. Hij was gehuwd met Trijntje Dijkstra, geboren op 3 maart 1890 in Winsum (Friesland). Het Nederlands Hervormde gezin woonde met 2 dochters en 1 zoon op het adres Koestraat 43 in Sloten. Hier was Delfsma manufacturier van beroep gedurende de periode 1922 – met een korte onderbreking - tot begin 1939. Daarna werd hij manufacturier in Surhuisterveen. In de Leeuwarder Courant van 19 november 1947 werd een kleine opsomming beschreven van de wandaden. Hij bracht in 1942 enige jongens in Surhuisterveen aan. Zij hadden een spotliedje op de Führer gemaakt. Hij zond lijsten van jongens die voor tewerkstelling in Duitsland in aanmerking kwamen aan de toenmalige leider van het Arbeidsbureau in Buitenpost. Hij arresteerde vele onderduikers. Hij nam radiotoestellen in beslag en deed bewakingsdiensten bij diverse voor de vijandelijke oorlogsvoering van belang zijnde gebouwen.   Delfsma was o.a. aanwezig bij het doodschieten van Johannes Doedenias Schweitzer op 4 augustus 1944. Klaas Delfsma is later o.a. veroordeeld tot levenslange uitsluiting van het actieve en passieve kiesrecht en 10 jaar gevangenisstraf. Hij overleed op 10 augustus 1967  in Wommels. Zijn vrouw was 4 september 1963 overleden. Zij zijn in Surhuisterveen begraven.