Het jaar 1943

VRIJDAG 1 JANUARI 1943 

Met ingang van vandaag is aan gemeentesecretaris Klaas van Hout (zie foto boven) eervol ontslag uit zijn functie verleend vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Hij was geboren op 15 oktober 1877 in Balk. In januari 1895 trad hij in gemeentedienst. Vanaf 14 juli 1913 had hij de functie van gemeentesecretaris uitgeoefend. In januari 1935 werd hij bij zijn 40-jarig ambtsjubileum benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. De gemeenteraad van Gaasterland heeft hem geëerd met zijn straatnaam in Balk: Klaas van Houtstrjitte.

Als zijn opvolger gaat vandaag de heer Hendrik van der Wal (zie foto onder) aan de slag. Hij was reeds commies in het gemeentehuis. Evenals zijn voorganger blijkt Van der Wal een goed vaderlander te zijn tijdens zijn oorlogsperiode als gemeentesecretaris. Ze wisten allebei van verzetsactiviteiten binnen het gemeentehuis. Op 16 december 1896 is Van der Wal in Bolsward geboren en hij overleed op 4 januari 1972 in Balk. Hij was getrouwd met Lipkje Postma.

WOENSDAG 6 JANUARI 1943

  • Hâns Samplonius uit Sondel heeft voor de komende dagen weer de nodige informatie aan zijn dagboek toevertrouwd. Voor vandaag schrijft hij op dat er vorst in de sloot ligt en ’s avonds heeft hij de aardappelen bestopt. Daarna geeft hij twee dagen achtereen aan dat er nog vorst in de sloot zit. Bij zondag 10 januari schrijft hij dat het vinnig koud is. Weer twee dagen later is het weer waarschijnlijk iets beter want dan schrijft hij alleen het woord “koud” op.
  • Het weer is niet om over naar huis te schrijven want bij donderdag 14 januari 1943 schrijft hij dat het regent. Maar gelukkig worden de weersomstandigheden beter omdat hij bij 20 januari 1943 schrijft dat het nu mooi weer is. Zou hij toen al geweten hebben dat een dag eerder Prinses Margriet in het Canadese Ottawa geboren was?

DONDERDAG 21 JANUARI 1943 

Er worden met ingang van vandaag lagere vlees- en melkrantsoenen vastgesteld.

ZATERDAG 23 JANUARI 1943

  • Bij Warns verongelukt een viermotorige spiksplinternieuwe Lancaster vliegtuig. Het had nog maar 96 vlieguren. Van de zeven inzittenden zijn er twee overleden. Het ging hierbij om de 23-jarige Australische sergeant John Vincent Conlon en de 30-jarige Australiër Stuartson Charles Methven. Het uitgebreide verslag van deze crash staat hier.

DINSDAG 26 JANUARI 1943

De identiteitsplaatjes van de verongelukte piloten Conlon en Methven op 23 januari werden op hun lichamen aangetroffen. Daaruit bleek ondermeer dat beide mannen Rooms-Katholiek waren. Dat wordt de reden dat de begrafenis van beide mannen op de R.K.-begraafplaats in Bakhuizen heeft plaatsgevonden om 10.00 uur. Conlon werd begraven in rij 24 nummer 12 en Methven in rij 24 nummer 11.

WOENSDAG 27 JANUARI 1943 

  • De Amerikaanse Luchtmacht is eindelijk definitief geïnstalleerd in Engeland voor de aanval op Duitsland. Vanaf 20 februari 1942 was men bezig geweest dit allemaal voor elkaar te krijgen. In augustus 1942 zijn er eerst meerdere aanvallen op Frankrijk uitgevoerd. Vandaag, 27 januari 1943, gingen de Amerikanen voor de allereerste keer met een eskader van 23 vliegtuigen van het type Liberator op klaarlichte dag een aanval op Vegesack in Duitsland uitvoeren.
  • Vegesack was een industriestad aan de Weser even ten noorden van Bremen. De start was vanaf de basis Thurleigh in het Engelse graafschap Bedfordshire, de thuishaven van de 306de Bomb Group. Het eskader raakt boven de Noordzee uit de koers en de formatieleider Kolonel Leon Johnson besloot toen maar de haven van Lemmer aan te vallen om 11.45 uur. Er werden 96 bommen gedropt tussen een punt aan de zuidkant van Lemmer tot aan de grens met Sloten.
  • De schade aan mensen valt gelukkig erg mee. Toch is er een dode te betreuren. Het slachtoffer is Linze Jan Huitema, geboren 7 oktober 1904 in Doniaga. Men maakte zich zorgen omdat hij om 12.00 uur niet uit de weilanden was teruggekeerd. Er wordt een zoektocht ingesteld en men vindt hem levenloos zonder verwondingen in Lemmer-Noord. Huitema was door de luchtdruk van de bommen gedood terwijl hij met een boer op het land aan het werk was. De boer was bezig met hekkelen toen de bommenregen begon. Deze was zo verstandig geweest om plat op de grond te gaan liggen. De boer wilde ook dat Huitema dat zou doen vanwege de rondspringende granaatsplinters. Linze Jan Huitema wilde niet gaan liggen en bleef rechtop staan met de dood als gevolg.  Toen het helse gegil en geknal eindelijk voorbij was – en de ontploffingswolken wegdreven – kwam de boer overeind en hem mankeerde niets. Was Huitema maar gaan liggen dan had hij het overleefd want nu kwam er een einde aan zijn leven door de grote luchtdruk van de bommen. Huitema is in Doniaga begraven in vak 22 regel D8. Op de landerijen van R.G. Visser bij Sloten zijn drie bommen neergekomen en op de landerijen van K. Tromp komt één bom neer. Deze vier bommen zorgen voor een gat van twaalf meter doorsnee en een diepte van vijf meter. Er is vooral materiële schade voor de bewoners aan de Parkstraat in Lemmer. Bijna alle ramen in de woningen zijn kapot. Er is geen glas meer te krijgen en daarom moeten de inwoners zelf maar zien op welke wijze de ruiten dichtgemaakt moeten worden. Pas na de oorlog zijn er nieuwe ruiten geplaatst.
  • Het eskader gaat verder door met een grote boog te vliegen van Lemmer naar Sloten via Elahuizen. Hier wordt om 11.49 uur het eskader door één Duits jachtvliegtuig aangevallen. De Literators zorgen ervoor dat het Duitse Focke Wulfvliegtuig Fw190A-4, in twee stukken wordt geschoten. Een gedeelte valt in de Fluezen en het andere gedeelte komt tussen Workum en It Heidenskip terecht. De Duitse piloot, onderofficier Ehrhard Bruhnke, 23 jaar, kan zich redden door met zijn parachute het vliegtuig tijdig te verlaten. Hij landt in It Heidenskip met een schampschot aan zijn kin en een verstuikte rechterbovenvoet. Bruhnke woonde in Mackensen in Pommeren en was onderdeel van de 4e Staffel van Jagdgeschwader 1. Er komen nu ongeveer 35 Duitse vliegtuigen in actie en die richten zich allemaal op het terugtrekken van het eskader. De luchtgevechten beginnen boven Elahuizen. Boven de Waddenzee botst een Duitse Focke Wulfvliegtuig FW-190 op een Engelse Liberator en beide toestellen verongelukken. Een andere B-24 werd neergeschoten bij Terschelling. In totaal komen hierbij negentien Amerikaanse vliegtuigbemanningsleden om het leven.

ZONDAG 31 JANUARI 1943 

Prinses Beatrix viert vandaag haar vijfde verjaardag. Om iedereen een hart onder de riem te steken wordt onderstaande plaatje gemaakt en gedistribueerd. In Gaasterland worden meerdere van deze foto’s gevonden die door vliegtuigen waren uitgeworpen.

MAANDAG 1 FEBRUARI 1943 

  • De Duitser Harald Thiedecke volgt Herbert Joesch op als commandant (Zugführer) van het Peil- en Radarstation Löwe in Kamp Sondel. Hij blijft in een jaar in functie. Ook hij zal zich humaan en ridderlijk blijken te gedragen ten opzichte van de burgerbevolking en de vijanden, die dood of levend in zijn handen vallen.

DINSDAG 2 FEBRUARI 1943 

  • Politieman Mattheus Jacobus van der Meer uit Bakhuizen vindt ‘s morgens om halftwaalf een cilindervormig zwartgeverfde aluminium bus. De vindplaats is aan de rand van het IJsselmeer op gelijke hoogte met het Seeleantsje achter het Rijsterbos. De bus zit aan één kant dicht en heeft een lengte van een meter met een doorsnede van twintig centimeter. Van der Meer moet het deze dag op patrouille niet gemakkelijk hebben gehad want Hâns Samplonius uit Sondel schrijft in zijn dagboek dat het deze dag regent.

WOENSDAG 3 FEBRUARI 1943 

  • Deze woensdag gaat de geschiedenis in als “De Val van Stalingrad”. Het Duitse leger zit in deze Russische stad ingesloten en kan geen kant meer op. Het leger moet dan ook capituleren. En dat doet zeer bij de Duitsers. Het schijnt zelfs zo te zijn geweest dat Duitse commandanten opdrachten aan hun soldaten gaven met de opmerking: “Voorwaarts kameraden, wij trekken terug”. Als teken van rouw om deze nederlaag moeten de schouwburgen en bioscopen in Duitsland en Nederland drie dagen achterelkaar dicht.
  • Deze capitulatie heeft ook gevolgen voor een groot aantal Duitse militairen in Kamp Sondel. Hitler moet alle zeilen bijzetten als hij niet verder wil terugtrekken dan tot de Don en de Dnjepr. Er moeten zoveel mogelijk soldaten naar het Oostfront in Rusland worden gestuurd en dus ook uit Kamp Sondel. De zogenoemde Duitse ”Blitzmädel” vrouwen komen de soldaten in Sondel vervangen. In eerste instantie komen er dertig vrouwen en later worden dat er honderd. Zij kunnen evengoed als de soldaten de apparaten bedienen en het telefoonwerk doen.

Duitse dames in Kamp Sondel (archief Histoarysk Wurkferbân Gaasterlân) Foto beschikbaar gesteld door Elisabeth Lekmann

DONDERDAG 4 FEBRUARI 1943   

  • Op een hoogte van 7500 meter vliegen van westelijke naar oostelijke richting 58 geallieerde vliegtuigen richting Duitsland. Precies boven Elahuizen valt het middelste vliegtuig uit een formatie van vijf Duitse vliegtuigen de geallieerde vliegtuigen aan. Het Duitse vliegtuig wordt onmiddellijk getroffen en komt neer beneden. Later zal blijken dat de Duitse piloot een noodlanding heeft gemaakt bij Sint Nicolaasga.
  • In het concentratiekamp Vught is om 12.00 uur de loswerkman/ boerenarbeider Rein Feenstra, geboren op 28 oktober 1890 in Kolderwolde omgekomen. Als doodsoorzaak was opgegeven dat hij "Gestorben ist am Herz- und Krl.sch.Herzschlag". Hij was een zoon van Jelle Feenstra, arbeider en van Pierke van der Weg. Deze ouders woonden later in Hindeloopen. Rein Feenstra woonde in Stiens. Hij was op 7 mei 1914 in Apeldoorn getrouwd met Anna van der Meulen, geboren op 2 mei 1883 in Hindeloopen. Zij overleed 29 november 1956 in Leeuwarden. Op 6 maart 1916 werd in Oldeboorn een levenloos kind geboren. Op 20 augustus 1927 werd nog een tweede kind geboren in Luinjeberd. Haar naam werd Hendrika. Zij overleed op 8 december 1943 in Huizum. Er is nooit een aantoonbaar graf van Rein Feenstra gevonden.
  • Roelof Akkerman, geboren in Tjerkgaast op 10 januari 1897 komt bij Langezwaag om het leven. Hij was in dienst als conducteur bij de NTM, de Nederlandse Tramwegmaatschappij. Engelse vliegtuigen hebben zijn trein beschoten. Omdat hij in Drachten woonde is hij daar ook begraven op de Algemene Zuiderbegraafplaats regel 30 nummer 7. Zijn naam staat vermeld op het gedenkteken 1940-1945. Het gedenkteken staat achter het voormalige busstation van de busmaatschappij FRAM in Drachten. 

ZATERDAG 6 FEBRUARI 1943 

Aan de Universiteiten in Nederland wordt razzia’s gehouden onder de aanwezige studenten als represaille vanwege de aanslag op het leven van Generaal Seyffardt. De Weermachtafdeling van de NSB wordt door de Duitsers opgeroepen tot het uitvoeren van politiediensten. Door deze razzia’s vluchten vele studenten en gaan onderduiken. Ook in Gaasterland komen daardoor de eerste onderduikers. 

DONDERDAG 11 FEBRUARI 1943 

  • Het is in Gaasterland vandaag buitengewoon mooi weer, schrijft Hâns Samplonius uit Sondel in zijn dagboek.

ZONDAG 21 FEBRUARI 1943 

Bijna alle kerken protesteren tegen het als slaven afvoeren en het opjagen van duizenden jonge mensen en het doden van Joodse medeburgers.

DINSDAG 23 FEBRUARI 1943 

  • Hâns Samplonius uit Sondel schrijft in zijn dagboek dat het “donker en zacht weer is”. In deze tijd van het jaar zijn de weersomstandigheden aardig gunstig want op 27 februari 1943 schrijft hij dat het mooi weer is. 

MAANDAG 1 MAART 1943 

  • Er is een grote reorganisatie bij de politie want alles wordt drastisch opnieuw ingesteld. Voortaan zal er maar één politieorganisatie meer zijn en dat is de Staatspolitie. Het wordt de “Nieuwe Orde” genoemd. Met deze reorganisatie denken de Duitsers nog meer greep te krijgen op de bevolking. De Koninklijke Marechaussee, de Gemeentepolitie en de Rijkspolitie zijn dus met ingang van heden verleden tijd. Dat houdt in dat de marechausseebrigade in de kazerne Sloten ook opgehouden is te bestaan. Zeer spijtig voor de centrale ligging van de stad Sloten. Vanaf 1 november 1895 was de marechausseebrigade in Sloten gestationeerd. De bouw van de kazerne was toch nog niet helemaal klaar. De marechaussees werden eerst bij particulieren gehuisvest. Voor de stalling van de paarden werd nog naar een gelegenheid gezocht.
  • Het district Leeuwarden telde in 1939 vijftien marechausseekazernes en in de Zuidwesthoek had alleen Sloten zo’n kazerne. De Staatspolitie wordt ingedeeld in Districten, Groepen en Rayons. Hierdoor worden Gaasterland en Sloten nu één groep met Wietse Hoving als groepscommandant. De overige politiemensen zijn Jacob Helder; Klaas Walda, de Jong en Van der Meer. De politiegroep Gaasterland komt onder het algehele commando te staan van Oberleutnant Stoel uit Sneek 

DONDERDAG 4 MAART 1943 

  • In een dagboek van een onbekend gebleven inwoner van Sloten staat de aantekening dat er ongeveer tweehonderd Duitse militairen op de fiets Sloten passeren. In welke richting staat er niet bij en het is niet meer te achterhalen wat daarvan de bedoeling is geweest.

MAANDAG 8 MAART 1943

  • Het is vorstig weer, schrijft Hâns Samplonius uit Sondel en twee dagen later vertrouwd hij aan zijn dagboek toe dat het wit van de vorst is.

DONDERDAG 11 MAART 1943 

Het aantal vlees- en melkbonnen wordt weer kleiner in aantal verstrekt. 

ZATERDAG 13 MAART 1943 

In het vliegtuig van Adolf Hitler wordt een bom geplaatst. Deze ontploft echter niet.

Studenten worden nog meer onder druk gezet. Vanaf heden wordt van alle studenten een loyaliteitsverklaring aan de Duitsers gevraagd.

ZONDAG 14 MAART 1943

Alweer een beperkende Duitse maatregel. Er wordt bekend gemaakt dat vanaf een bepaalde datum de bankbiljetten van duizend gulden en van vijfhonderd gulden niet meer geldig zijn.

Hinke de Jager, geboren op 13 juni 1895 in Mirns en Bakhuizen, overlijdt in haar woonplaats Medan in Indonesië. De doodsoorzaak is niet bekend. Hinke de Jager was een dochter van Jacob de Jager en van Engel de Jager-IJlstra. In 1922 was Hinke naar Zutphen vertrokken. Zij was getrouwd met Jan Willem de Groote uit Zutphen. Haar laatste rustplaats is op het Nederlands Ereveld Pandu in Bandoeng.

 

 

Nederlands Ereveld Pandu Vak V 965

HALVERWEGE MAART 1943 

Rijkscommissaris Seys-Inquart had al in zijn metaalorder van 21 juli 1942 aangekondigd dat behalve melkbussen, bierbrouwketels ook alle klokken moesten worden ingezameld. Het zou wel wat meevallen, dacht men want: “Klokken uit de toren, Oorlog verloren”. Maar nu beginnen de Duitsers in Nederland met het ophalen van de kerkklokken en van klokken uit de klokkenstoelen. Van bijzondere exemplaren worden exemplaren in gips gemaakt. De klokken worden richting Duitsland vervoerd waar ze omgesmolten worden voor de wapenindustrie. Gaasterland is binnenkort aan de beurt. 

17 – 25 MAART 1943 

  • In de Boerenschool te Rijs wordt een kortlopende cursus georganiseerd met volksdansen, volksversjes en lichamelijke opvoeding. Op zondag 21 maart 1943 wordt de allereerste NSB-bijeenkomst in Friesland gehouden van het Opvoedersgilde. De spreker is W. Terpstra. Hij houdt een toespraak over “Opvoeding en Onderwijs in deze tijd”. De kern van zijn toespraak is “Wij mogen ons gelukkig prijzen dat onze leerlingen tot het Noordras behoren, omdat wij ons op het racistische standpunt stellen dat het Noordras een gezond en levenskrachtig slag mensen is”.

MAANDAG 22 MAART 1943 

Ook in de arbeidsomstandigheden wordt door de Duitsers ingegrepen. De werkweek gaat vanaf heden 54 uren duren.

WOENSDAG 24 MAART 1943        

Huisartsen die geen NSB’er zijn, doen afstand van hun bevoegdheden om huisarts te zijn. De artsen halen hun naambordjes van de deuren en de muren. Vandaag begint het artsenverzet. 

DONDERDAG  25 MAART 1943

Ten noordoosten van Enkhuizen werd boven het IJsselmeer om 01.36 uur een Handley Page Halifaxvliegtuig van het Special Duty Squadron (138 Sq. uit Tempsford) neergeschoten door een Duitse nachtjager met de schutter is Lt. Dietrich Schmidt (1919-2002).  Het claimde hierbij zijn eerste succes. In de Halifax zaten 7 Engelse bemanningsleden en twee geheimagenten Aernout (Nout) Bergmannn (1919) en Pieter Roelof Gerbrands (1919-1999). Het vliegtuig kwam neer tussen Stavoren en Enkhuizen. Geheimagent Bergmann verloor hierbij zijn leven De agenten hadden de opdracht om boven Friesland in de omgeving van Koudum, Gaasterland of Workum uit het vliegtuig te springen. De bemanning dreef rond in een rubberboot en staken vuurpijlen af. Op een afstand ziet Gerben Bootsma en zijn 3-koppige bemanning van de vrachtboot Holland Friesland IV van de rederij Stânfries in Leeuwarden vuurpijlen onder de Gaasterlandse kust en er werd koers gezet in de richting vanwaar de vuurpijlen werden afgeschoten. Na even zoeken werd de rubberboot ontdekt met acht kletsnatte mensen aan boord: zeven Engelse vliegers en een Nederlander, die vertelden met een Lancaster bommenwerper boven het IJsselmeer neergehaald te zijn. Bootsma nam de Tommies en de Nederlander aan boord en laat de rubberboot zinken door 'm lek te steken.

Kapitein Bootsma besloot de mannen naar de haven van Enkhuizen te brengen. Hier vernam hij dat de Nederlander een geheim agent was, die boven de Noordwesthoek van Friesland gedropt had moeten worden, net als zijn collega-agent, die dodelijk werd getroffen door het Duitse afweergeschut en met het vliegtuig naar de bodem van het IJsselmeer was afgezonken.
Deze agent, die de confrontatie met het afweergeschut niet overleefde, is ene meneer Bergmann. Beide mannen zouden als eerste Nederlandse geheime agenten zonder aankondiging via Radio Oranje op vaderlandse bodem worden gedropt, nadat duidelijk was geworden dat de Duitsers eerdere aankondigingen via de radio doorhadden. Gerben Bootsma voer naar de haven van Enkhuizen. Dichtbij de kade aangekomen gaf hij de geheimagent de kans te ontsnappen voordat de Duitsers kwamen. Toen Pieter Roelof Gerbrands in de duisternis was verdwenen, gaf Bootsma een paar geluidssignalen. Op 17 december 1943 was Gerbrands weer terug in functie.

Een paar dagen later kwam Gerben Bootsma thuis in Lemmer en vertelde, zoals gewoonlijk, helemaal niets over zijn illegale activiteiten. Inmiddels hadden de Duitsers de neergestorte Lancaster met daarin de dode Nederlandse geheime agent boven water gehaald. Ze vinden in de hakken van de schoenen van de geheimagent voor Bootsma belastend materiaal. Uit de microfilms bleek dat er twee geheime agenten boven Nederland hadden moeten worden neergelaten. Bovendien bevonden zich op de films een aantal geheime contactadressen. Eén geheim agent is in handen van de Duitsers, maar die is zo dood als een pier. Waar was nummer twee? vond die ook de dood bij de landing? Of heeft kapitein Bootsma hem aan boord van de Holland-Friesland verstopt en hem na het aandoen van de haven van Enkhuizen afgezet op Friese bodem? De Duitsers willen kapitein Gerben Bootsma zo snel mogelijk in de vingers zien te krijgen. Op 3 april 1943 werd hij thuis gearresteerd door Joseph Schreieder, hoofd van de SD contraspionagedienst in Den Haag en zijn handlanger – landverrader - Anton van der Waals. Bootsma werd gearresteerd en veroordeeld tot levenslange tuchthuisstraf. Hij werd eerst opgesloten in het Oranjehotel te Scheveningen en daarna in Utrecht. Van daaruit werd hij getransporteerd naar Kleef in Duitsland en een (concentratie)kamp en tewerkgesteld in een steengroeve in Diez am Lahn. Vervolgens was zijn overplaatsing naar de gevangenis in Butzbach. Hier overleed hij – vlak na de bevrijding door de Amerikanen - op 2 april 1945 in de leeftijd van 51 jaar door hongeroedeem.  Zijn begrafenis was op het Nederlands Ereveld bij Frankfurt am Main.

Omdat het gehele voorval zich had afgespeeld aan de grenzen van Gaasterland en omdat kapitein Bootsma contacten onderhield met de N.B.S., had de NBS Districtscommandant Siemen de Jong opdracht gegeven om de zaak te onderzoeken.

MAANDAG 29 MAART 1943 

  • Om 23.46 uur wordt tijdens slecht vliegweer de RAF Wellington 426 Mk.III BJ 762 OW-? (radio-roepletter onbekend) op de terugkeer uit Duitsland door de Duitse vliegenier Helmut Lens in zijn nachtjager aangeschoten boven het IJsselmeer bij Lemmer. Het Engelse vliegtuig is gepeild door het Peil- en Radarstation Eisbär uit Sondel. Er zijn twee overlevenden en drie gesneuvelden. De begrafenis vindt plaats in Nijemirdum. Het gehele verhaal is verder te vinden in het hoofdstuk Monumenten bij Herinneringstekens begraafplaats Nijemirdum.

Vandaag wordt ook bekend gemaakt dat Joden met ingang van 10 april 1943 slechts in de provincies Utrecht, Noord- en Zuid-Holland mogen verblijven.

29 MAART – 3 APRIL 1943 

  • In de Boerenschool te Rijs wordt een kortlopende cursus gegeven waarbij NSB-landbouwvrouwen geleerd wordt hoe men van oud materiaal weer nieuw materiaal kan maken. 

VRIJDAG 16 APRIL 1943 

  • Jozef Gersjes uit Ruigahuizen doet bij de politie aangifte van een vondst die op zijn landerijen lag op één kilometer aan de zuidkant van de verharde weg. Het is een cilindervormig busje dat grijsgroen geschilderd is en een lengte heeft van vijftien centimeter met een doorsnede van acht centimeter. Aan de bovenkant zat een handvat en daaronder een rond koperen staafje. Op het busje stond: “Lebensgefahr beim Ubrennen in geschlossenen Räumen”. Het busje zal waarschijnlijk gebruikt zijn bij schietoefeningen door de Duitsers in Kamp Sondel. 

ZATERDAG 17 APRIL 1943 

  • Een vrijstaande woning en een dubbele woning wordt in Sondel door de Duitse Wehrmacht ontruimd en afgebroken. De dubbele woning was eigendom van Anne Dam uit Sondel en de vrijstaande woning was van Jelte Scholtanus uit Sondel.

19 – 22 APRIL 1943 

  • De Boerenschool uit Rijs houdt weer een cursus. Ditmaal is het een leergang voor gewestelijke leiders en leidsters van de Jeugdstorm.

VRIJDAG 23 APRIL 1943 

  • Fietsenmaker Hendrik Muizelaar, geboren in Oudemirdum op 21 juli 1918 overlijdt ’s morgens om halfnegen in het Knappschaftskrankenhaus van Hohenmölzen bij Erfurt aan de besmettelijke ziekte Roodvonk. Vanwege deze ziekte is Muizelaar gecremeerd. Hij woonde in Nijemirdum91. Zijn vader was melkrijder Steffen Geerts Muizelaar, geb. 19 juni 1889 te Oudemirdum en overleden op 28 november 1972 te Nijemirdum. Zijn moeder was Klaaske Muizelaar – van der Goot, geb. 2 juli 1892 te Oudemirdum en overleden op 23 mei 1981 te Nijemirdum. Hendrik had 3 broers en 2 zusters t.w. Geert geb. 1917, Klaas, geb. 1920; Trijntje, geb. 1925; Baukje, geb. 1928 en Douwe, geb. 1934. Hendrik was een dooplid van de Gereformeerde Gemeente in Oudemirdum.

Hendrik Muizelaar in Nederland. Foto uit het archief van Corry Homma

Hendrik Muizelaar in Duitsland, Foto collections arolsen-archives

  • Hendrik Muizelaar hoorde bij de eerste groep Gaasterlanders die in mei 1942 door de Duitsers opgeroepen werden om in Duitsland aan het werk te gaan, de zogenaamde Arbeitseinsatz. Hij ging op 2 juli 1942 als elektricien aan de slag bij de Leunawerken bij Ammoniakwerk Merseburg. Op 26 juli 1942 werd hij overgeplaatst naar Lager Tolwitz in Nammburg. Op 25 maart 1943 werd hij zo ziek van Roodvonk dat hij opgenomen werd in het Gemeinschaftslager Nonnewitz, Kreis Weissenfelds, Gasthof Berlich, waar hij op 23 april 1943 overleed.

     

    Bij deze groep Gaasterlanders hoorden ook de Balkster broers Herman en Jaap van der Heide en drie mannen van de autobusmaatschappij Zuidwesthoek in Balk, Jacobus van Strien, Auke van der Veen en Gerrit Otter.

ZATERDAG 24 APRIL 1943 

  • Bouke Louwsma vindt ’s avonds om zes uur in Harich een voorwerp dat op een vliegtuigkoptelefoon lijkt. Het lag op het land van D. Tuinier. Het politiebureau in Balk neemt het voorwerp in beslag.

DINSDAG 27 APRIL 1943 

  • De negenjarige Kerst Beuckens uit Oudemirdum vindt tijdens een regenachtige dag een Engelse hoogtekaart in het Oudemirdumer Fonteinbos. Siebolt Luinenburg komt de kaart bij politieman Harmen de Jong inleveren.

WOENSDAG 28 APRIL 1943 

  • Het voorjaar doet zich gelden. Bij veehouder Hâns Samplonius in Sondel worden de koeien uit de stal losgelaten en in de weide gebracht. 

DONDERDAG 29 APRIL 1943 

Generaal Friedrich C. Christiansen, de Befehlshaber van de Duitse Weermacht in Nederland, maakt via een proclamatie bekend dat de driehonderdduizend Nederlandse oud-militairen uit mei 1940 opnieuw in krijgsgevangenschap zullen worden genomen.

De maatregel wordt genomen om de bezetter bang is dat de militairen de geallieerden mee zullen helpen bij een mogelijk op korte termijn te verwachten invasie op Nederlands grondgebied door Amerikaanse en Engelse legers. De militairen moeten dus uit de samenleving verdwijnen. Daarnaast moeten deze driehonderdduizend mannen meehelpen om het Duitse arbeidstekort weg te werken. De bekendmaking gebeurt via aanplakbiljetten en dagbladen. De angst slaat bij velen toe vanwege de grimmigheid van de tekst: “Wie aan deze oproep geen gevolg geeft of tracht zich op een andere wijze aan de krijgsgevangenschap te onttrekken, moet op de strengste maatregelen rekenen”.  Ook wordt er gesuggereerd dat het om ook alle oud-militairen gaat. Drukkerij Smit in Hengelo(O) hangt vandaag om 13.30 uur de bekendmaking op die via de telex is binnengekomen. De werknemers van zijn buurman machinefabriek Stork lezen de publicatie en zij leggen direct het werk stil. Dat voorbeeld wordt in een rap tempo overgenomen door andere bedrijven in Twente. De rest van Nederland leest de maatregel in de dagbladen van 30 april en ook zij leggen het werk uit protest neer.

Er was een gevoel van bevrijding en van vreugde onder de mensen ontstaan en de frustratie sloeg daarom toe. Heel veel oud-militairen duiken onder. Vanuit Twente worden velen via de telefoon op de hoogte gebracht en gevraagd om het stakingsbericht als een soort sneeuwbalsysteem door te geven. Dit lukt. Het wordt het begin van de beruchte april-meistaking, ook wel de Melkstaking genoemd. Winkels en (melk-)fabrieken gaan dicht.

Boeren laten leveren geen melk meer aan de melkfabrieken en laten de melk bijvoorbeeld verdwijnen in sloten of dongputten. Er zijn ook boeren die wel willen staken maar niet de kostbare melk willen laten wegstromen gelet op de voedselschaarste. Fabrieksarbeiders weigerden de melk te verwerken. Ook een deel van de ambtenaren legt het werk neer. In Nederland worden sabotages gepleegd, brandstichtingen vinden plaats en protestbijeenkomsten worden gehouden.

VRIJDAG 30 APRIL 1943 

  • Bij de Zuivelfabriek in Balk zijn de werknemers ook van plan om alle werkzaamheden neer te leggen. Ook zij kunnen zich niet vinden in het feit dat oud-militairen opnieuw in krijgsgevangenschap worden genomen. Zuivelfabriek Balk wil meedoen omdat Heeg, Hemelum en Oudega-W ook al aan de staking meedoen. In Heeg doet niet iedere werknemer aan de staking mee. In Balk staan de werknemers in kleine groepjes bij elkaar te praten waardoor het werk eerst door kan gaan.
  • Er wordt besloten dat een dag later het stakingsbesluit definitief zal vallen. De Zuivelfabriek gebruikte HABA als logo, dat is de afkorting van Harich en Balk. De Duitsers komen fel in actie vanwege de staking in geheel Nederland. Het standrecht wordt ingevoerd voor de provincies Overijssel, Gelderland, Limburg en Noord-Holland. Een dag later geldt het standrecht voor alle provincies. Dit recht houdt in dat er snel en hardhandig kan worden opgetreden om de onlusten de kop in te kunnen drukken en dat er niet meer dan vijf mensen bij elkaar mochten staan.
  • Om negen uur ’s avonds fietsen drie Duitse militairen van Kamp Sondel door Balk. Zij zijn op weg naar de ZWH-autobusgarage van de fa. de Boer. Er is nog geen Duitse maatregel die verblijf in de buitenlucht na acht uur heeft verboden. Hierdoor mogen er tien tot twaalf jeugdige knapen buiten zijn. Zij staan op de hoek bij hotel Teernstra en maken vreemde geluiden tegen de passerende Duitsers. De militairen draaien zich om en zij worden zo kwaad dat zij burgemeester Schwartzenberg erbij roepen. De Duitsers gelasten de burgemeester de straat direct te ontruimen. De Duitsers nemen het hoog op want zij dreigen met een handmitrailleur. Enige tijd later komen de Duitsers terug om te controleren of de burgemeester zijn werk heeft gedaan. En dat blijkt inderdaad gebeurd te zijn. De volgende dagen komt er steeds een Duitse patrouille uit Kamp Sondel om de naleving te controleren van het ingestelde avondverbod van 21.00 uur. De Duitsers zijn gealarmeerd over de dreigende stakingen en zij zullen daartegen krachtig optreden. Wellicht zijn deze drie Duitse militairen daarom zo snel aangebrand. 

ZATERDAG 1 MEI 1943        

Het wordt de hoogtepunt dag van de Melkstaking in Nederland. Dit blijkt ook uit de beschikbaar gekomen melkleveringscijfers uit de gebieden waar de staking was ingegaan. De coöperatieve melkfabrieken hebben de onderstaande cijfers aangeleverd:

28 april                1.068.336 liter
29 april                1.094.684 liter
30 april                   719.905 liter
1 mei                       126.960 liter
2 mei                       328.113 liter
3 mei                       459.991 liter
4 mei                       789.703 liter
5 mei                    1.117.308 liter

  • In de Zuivelfabriek te Balk wordt ’s morgens om zes uur een stakingsvergadering belegd over de vraag of het personeel zal staken of niet. Het stakingsidee was ontstaan bij het laboratoriumpersoneel met onder anderen Harmen Schippers. Eerste kaasmaker Jan de Vries – tevens een groots ondergronds verzetsman – wordt na een lange vergadering tot stakingsleider gebombardeerd. Zes melkrijders komen ’s morgens met hun melkbussen aan bij de fabriek.
    Er is niemand aanwezig om de bussen aan te nemen zodat alles zes melkrijders onverrichterzake met hun volle melkbussen weer vertrekken. Hâns Samplonius noteert dat “de melk kon niet weg vanwege een staking”. De zes melkrijders zijn Tjeerd Otter uit Wijckel; Jouke Gijzen uit Nijemirdum; Yke Roelevink uit Oudemirdum; Arnold Hijlkema uit Harich; Herre Roelevink uit Harich en Thijs Dijkstra uit Ruigahuizen.
  • Stakingsleider Jan de Vries was 14 september 1915 in Ruigahuizen geboren als zoon van Auke de Vries en Baukjen Jongstra. Hij trouwde met Hotske Boersma. Het gezin van Jan en Baukjen vertrekt in 1955 met zeven kinderen naar Marknesse.
  • In de kaasmakerij werkt Sjouke Schilstra. Zijn taak is om kaasblokken te vermalen. Uit protest trekt hij nu zijn sokken uit en maakt nu met zijn blote voeten de kaas fijn. “De kaas is toch bestemd voor de Duitsers”, zegt hij. Het personeel besluit ’s middags toch maar te gaan werken omdat de melk een onmisbaar levensmiddel is. Daarbij moet verder in acht worden genomen dat de zuiveldirecteur in beeld komt. Directeur Andries Dijkstra is geboren op 8 maart 1890 in Oosterend, gemeente Hennaarderadeel. Hij woont in het huis naast de zuivelfabriek in Balk.  Hij heeft tijdens deze melkstakingsperiode zijn afkeurende houding laten zien ten aanzien van het stakend personeel en dreigt zelfs de Duitse Sicherheidsdienst erbij te halen. De directeur was ook lid van Winterhulp Nederland. Een reden van zijn kwaadheid deze dag kan ook geweest zijn dat het arbeidersvolk aan zijn bevoegdheden tornde.
    Directeur Dijkstra vervolgt zijn acties door zgn. Standrechtbriefjes in de fabriek op te hangen. Na de bevrijding is Dijkstra voor de rechtbank verschenen. In het boek: Strijders, Onderdrukkers en Bevrijders wordt zijn naam vermeldt in het hoofdstuk Collaborateurs in organisatie en cultuur. Hij krijgt eerst huisarrest en later bedrijfsarrest.
  • De Zuiveldirecteur in Sloten was Eelke Haagsma, geboren op 13 augustus 1881. Hij wordt als Pro-Duits vermeld in hetzelfde hoofdstuk als zijn collega Andries Dijkstra. In een dagboek van een onbekend gebleven Slotenaar staat dat er deze dag een staking is geweest in Sloten. Meer staat er niet over beschreven.
  • In Bakhuizen is er rumoer als gevolg van de melkstaking in het Hemelumer melkfabriek. Er waren melkwagens gedemonteerd de wielen zijn verwijderd.  Het melkvervoer heeft met de nodige vertraging alsnog plaatsgevonden op gewone boerenwagens. Burgemeester Schwartzenberg rapporteert aan de Duitsers dat de geruchten omtrent een onwelwillende houding bij het melkvervoer van de Bakhuisters niet waar zijn. Op zijn verzoek heeft een politieman daar een onderzoek naar ingesteld en deze agent heeft gerapporteerd dat er geen enkele tegenwerking geweest is.

Zuivelfabriek De Goede Verwachting te Balk.

Aan de linkerzijde staan twee hefslagbomen. Rechts daarvan is een inrit om op het terrein te komen en links om weer terug te gaan. De kleur van de hefslagbomen was blauw en gingen als een harmonica in elkaar over. De hefslagbomen staan op deze foto open.
(Informatie kaasmaker Rein de Jong)

MAANDAG 3 MEI 1943 

  • In de Zuivelfabriek van Woudsend wordt algeheel gestaakt. Om tien uur ’s morgens verschijnt er bij de fabriek een overvalwagen met Duitse Feldgendarmerie.
  • Er worden een paar boeren gearresteerd. Een groepje jongelui draait de Oldelaamsterbrug open over de Helomavaart bij Munnikeburen. Hierdoor ondervindt de autobuslijndienst Wolvega – Kuinre veel vertraging.  De ondernemer en tevens directeur Lammert de Koe uit Wolvega van het autobusbedrijf WABO pakt direct de telefoon en waarschuwt de Duitsers. Hij wil persé dat zijn autobussen blijven rijden ondanks de april-meistaking. De Duitsers komen om één uur ’s middags met twintig militairen op een Duitse legerwagen. De brugwachter wordt gevangengenomen. De buurtbewoners maken dat ze wegkomen maar een zekere Jan Smid hoort de opdracht om staan te blijven niet en hij wordt door de Duitsers direct op het fietspad bij de kerk doodgeschoten.
  • De eerdergenoemde Lammert de Koe was op 5 september 1898 in Oudemirdum geboren als zoon van de arbeider Tomas de Koe en van Jantje de Vries.  Lammert de Koe was groepscommandant van de Nederlandse Landwacht. Hij maakte lijsten voor de Duitsers met inwoners die volgens hem in aanmerking kwamen voor verplichte tewerkstelling in Duitsland. Als commandant van de Landwacht hielp hij mee met razzia’s, opsporen en arrestaties van onderduikers. In een door hem zelf bestuurde autobus vervoerde hij Duitsers en WA-personeel naar de woningen in de omgeving om huiszoekingen uit te voeren. Daarnaast had hij nog een baan als bioscoopcontroleur voor de Nederlandse Kultuurkamer. Hij was zelfs zo erg dat de dat de rechtbankadvocaat-fiscaal hem na de oorlog beschreef als: “De meest gehate persoon uit de omgeving; de ziel van de tewerkstelling; de schrik van de streek en altijd met de SD op pad”. Die kwaad wilden, wisten de weg naar Lammert de Koe te vinden.
  • Eind maart 1945 zag Lammert de Koe in dat de oorlog niet lang meer zou duren en dat hij aan vervolging niet zou ontkomen. Verzetsman Arend Nooij uit Oldeberkoop was opgepakt en naar de gevangenis Crackstate in Heerenveen gebracht. Daar kwam Nooij na enige tijd per toeval in aanraking met Lammert de Koe. De Koe, die Nooij heel goed kende, beloofde hem dat hij hem vrij zou krijgen maar wel echter op één voorwaarde. “Voor wat hoort wat, ik zal zorgen, dat jij vrij komt”. aldus De Koe, “maar als de rollen zijn omgedraaid, doe jij dan een goed woordje voor mij?” Hiermee ging Nooij akkoord. De heer Nooij werd inderdaad door de SD vrijgelaten op voorwaarde dat hij de volgende dag terug zou komen met een paar pond roomboter voor de SD-ers. De heer Nooij heeft het beloofde inderdaad naar Heerenveen gebracht.

DINSDAG 4 MEI 1943

In Leeuwarden wordt de op 30 juli 1907 in Oudemirdum geboren Bauke de Vries gefusilleerd. Hij woonde in Westhem waar hij landbouwer en vrachtrijder was van beroep. De aanleiding was zijn medewerking aan de melkstaking in Oudega-W. Het was 29 april toen Johannes Walinga en twee dorpsgenoten uit Oudega-W pamfletten gingen verspreiden waarin een oproep werd gedaan om over te gaan tot melkstaking. Johannes Walinga, Bauke de Vries en Willem Bakker werden de leidende actievoerders (door de Duitsers aufhetzers genoemd). Johannes Walinga had als eenzame stakingsleider voor de fabriek gestaan op 1 mei. Toen had hij plotseling de hand van Bauke de Vries op zijn schouder gevoeld. De Vries, volgens Walinga goudeerlijk, rechtlijnig, eigenzinnig en een beetje bazig, riep zonder iets van de pamflettencampagne te weten waar Walinga mee bezig was: “Johannes, ik spring er in. Ik ben jouw man en sta achter je. Weliswaar kost dit ons de kraag, maar ik heb mijn leven er voor over”

Bauke de Vries springt op 1 mei 1943 op een boot met melkbussen en helpt mee om alle melk in het meer te laten lopen. Daarna duikt hij onder in Exmorra bij de zuster van een buurvrouw. In de Leeuwarder Courant van 18 februari 2023 beschreef de dan 7-jarige zoon Jan de Vries in de Friese taal zijn verhaal. Zondag 2 mei stopte tegen etenstijd een overvalwagen bij De Vries. Hierin zaten vier mannen waaronder burgemeester Schut. Het liep tegen etenstijd ’s middags en ze gingen huiszoeking doen. De etenstafel stond al gedekt. Vader Bauke was niet thuis. Het gehele huis werd doorzocht en Jan de Vries liep met een Duitse soldaat mee. Er werd zelfs onder de bedden gekeken of vader Bauke er ook was. Toen men niets konden vinden, zei men dat de man wel terug zou komen. Zijn vrouw Grietje de Vries – Bruinsma en de drie kleine kinderen bleven thuis. Dat waren Jan (geb. 7 mei 1935); Trijntje 6 jaar en Auke 4 jaar. De eerstgeborene was Jan Willem de Vries geweest die op 23 maart 1934 was overleden in de leeftijd van 1 jaar en 11 maanden.

Maandagmorgen 3 mei was de echtgenote door de Duitsers gearresteerd met nog enkele andere gijzelaars. De vrouw van Bauke de Vries werd gepakt omdat zij haar man niet hadden kunnen vinden. De Duitsers passen het “Sippenhaft” toe en dat wilde zeggen dat een familielid kan worden opgepakt waarvan de verdachte op de vlucht is. Schoolhoofd Jan Piebenga uit Oudega-W had nog geprobeerd één van de Duitse officieren op andere gedachten te brengen. De vrouw van Bauke de Vries krijgt de mededeling dat zij vrijgelaten zal worden als Bauke de Vries zich komt aanmelden. Deze avond kwam Bauke de Vries rond etenstijd weer thuis. Van alle kanten werd hem afgeraden zich bij de Duitsers aan te geven maar hij voelde zich zo verantwoordelijk dat hij zich wel ging aanmelden. Toen nam hij in de keuken afscheid van zijn drie kinderen. Zoon Jan de Vries weet niet meer wat vader gezegd heeft maar hij had wel door dat vader drommels goed wist wat er zou gebeuren. De kinderen beseften dat niet want zij waren niet verdrietig of iets dergelijks bij het afscheid. Op 4 mei meldde Bauke de Vries zich een paar huizen verderop bij politieagent Schulp. Hij zou toen gezegd hebben dat zijn kinderen beter zonder een vader konden als zonder een moeder.  Later werd aan Jan de Vries verteld dat zijn vader in een politieauto Psalm 43: 4 had gezongen: “Dan ga ik op naar Gods altaren, tot God, mijn God, de bron van vreugd.” Zijn vrouw werd direct vrijgelaten en helemaal alleen op de bus gezet naar huis met de wetenschap dat haar man gefusilleerd was. De kinderen haalden haar op van de bus in Oudega-W en moesten meemaken dat moeder daar huilend uitstapte.   De gebeurtenis heeft de moeder niet goed kunnen verwerken en zij toonde depressiviteit. Zij ging nog wel een poosje naar haar schoonouders in Harich om op te knappen maar dat hielp uiteindelijk niet. Op 58-jarige leeftijd is zij gestorven.

Bauke de Vries wordt naar Leeuwarden gebracht waar hij standrechtelijk ter dood wordt veroordeeld. De andere gijzelaars worden vrijgelaten maar Bauke de Vries werd als leider gezien. Met Dirk Fokkens, Jan Eisenga, boerenknecht Harm Bos en Broer de Witte wordt Bauke ’s avonds om halftien op de schietbaan van het Kalverdijkje in Leeuwarden doodgeschoten. (Ook wordt de datum 5 mei 1943 genoemd). Er is lange tijd naar zijn graf gezocht. Onderzoek van Truus de Witte toonde aan dat het zeer aannemelijk is dat de 34 slachtoffers van de melkstaking bij de Appélbergen zijn gedumpt. Al is dat van Bauke de Vries nooit aangetoond. In het Friesch Dagblad van 10 juni 2023 is daarbij eveneens vermeld “It kin hast net oars as dat er dêr leit. Mar it konkrete bewiis is nea fûn” (vertaling: Het kan bijna niet anders dan dat hij daar ligt. Maar het concrete bewijs is nooit gevonden). Op de begraafplaats in Oudega-Wymbritseradeel staat voor hem een gedenksteen. Op zijn grafsteen staat: Bouke de Vries en geboren op 31 juli 1907. In zijn officiële geboorteakte staat: Bauke de Vries en op 30 juli 1907 geboren. In Oudega is de Bauke de Vriesstrjitte naar hem genoemd. Het bureau van de “Polizeipräsident” in Groningen schrijft op 12 mei 1943 aan de burgemeester van Gaasterland dat Bauke de Vries niet meer leeft. Er wordt in de brief gevraagd om de familie in Gaasterland op de hoogte te brengen. De ouders van Bauke de Vries waren Jan de Vries, arbeider/winkelman en Hendrikjen de Vries - Albada. Zij woonden later in Ruigahuizen. Echtgenote Grietje de Vries - Bruinsma was 22 december 1906 in Pingjum geboren als dochter van Auke Bruinsma en Trijntje Bijlsma. Grietje overleed 26 december 1964 in Sneek.

WOENSDAG 5 MEI 1943   

De melkstaking is in Nederland van de baan en ieder gaat weer zijn gewone gedwongen gang. Met uitzondering van de Noord-Friese bouwhoek waar de staking nog één dag doorgaat. Het door de Duitsers gebruikte geweld om het verzet te breken heeft in Nederland in totaal 175 mensenlevens gekost.

MAANDAG 10 MEI 1943 

Het is een regenachtige en koude dag als de Duitsers een begin maken met de uitvoering van hun Verordening ten aanzien van de “Arbeidseinsätz”- de verplichte tewerkstelling – door alle Nederlanders op te roepen in de leeftijd tussen 18 en 35 jaar. Zij moeten verplicht naar Duitsland om te werken. Eerder op 6 mei waren alle studenten al gemaand om zich aan te melden voor werk in Duitsland. Er gloort weer eens hoop op de bevrijding van het Duitse juk. Het raakt bekend dat vandaag de Italianen en Duitsers in Noord-Afrika hebben gecapituleerd.

  • Vanaf vandaag verschijnt in Balk – en daarna ook nog kort in Sneek – het eerste nummer van het illegale blad Frontnieuws. Bij de uitgifte en het verspreiden van deze krant waren J. de Wilde betrokken en Mevrouw S. de Boer.

DONDERDAG 13 MEI 1943 

  • Met ongeloof werd in Gaasterland en geheel Nederland gelezen dat iedereen verplicht werd om zijn radiotoestel in te leveren. NSB-leden zijn daarvan uitgezonderd. Niet alle bewoners van ons land waren tot inlevering verplicht. De beschikking over de verbeurdverklaring van radio-ontvangtoestellen bepaalde namelijk dat de volgende groeperingen van inlevering vrijgesteld waren:
  • Bureaus van het Duitse Rijk, Wehrmacht, Waffen-SS, Duitse politie en het arbeidsgebied van NSDAP (Nationaal Socialistische Duitse Arbeidspartij) in Nederland.
  • Het personeel van deze bureaus met Duitse nationaliteit.
  • Daarnaast waren er groepen die een verzoek voor vrijstelling in konden dienen:
        • Personen met de Duitse nationaliteit
        • Leden van de NSB en onderdelen daarvan.
        • Familieleden van de vrijwillig bij de Wehrmacht dienende Nederlanders.
  • Familieleden van de vrijwillig bij de Waffen-SS of het vrijwilligerslegioen dienende Nederlanders.

AVROLancaster W4981 OL-A

Oberleutnant en Staffelkapitän Lothar Linke (foto) en zijn boordmarconist Walter Czybulka schoten om 23.24 uur in hun Messerschmitt een Lancaster in brand boven Gaasterland. Deze AVRO Lancaster W 4981 van de 83e RAF Pathfiner Squadron had de Engelse basis Wyton als thuishaven. Het toestel was om 21.54 uur opgestegen met Pilsen als het einddoel. Lothar Linke zorgde er dus voor dat het vliegtuig zijn bommenlading niet boven Duitsland kon laten vallen. Het vliegtuig ontploft in de lucht. Het grootste gedeelte van het vliegtuig is bij Eesterga neergekomen op ongeveer een kilometer aan de westkant van de Rijksweg Lemmer – Sneek. Zes bemanningsleden zijn omgekomen en één heeft het overleefd. Het was het 21e vliegtuig dat door Lothar Linke werd neergeschoten.

De omgekomen bemanningsleden zijn:
Sergeant (Pilot) Anthony Steven Renshaw
Sergeant (Bomb Aimer) Henry Rochead Williamson, 23 jaar, Edinburg.
Sergeant (Flight Engineer) Frederick Arthur Worsnop, 29 jaar, Derby
Sergeant (Rear Air Gunner) Jack Richard Stone, 20 jaar, Southhampton
Sergeant (Navigator) Joseph Edward Lecomber.

Deze vijf bemanningsleden zijn op de Algemene Begraafplaats in Lemmer begraven. Het vliegtuigwrak kon eerst in 1952 geborgen worden. In de resten van de machine werd uiteindelijk nog het stoffelijk overschot gevonden van Sergeant (Mid Upper Air Gunner) James Mcghee Hargreaves, 32 jaar uit Glasgow. Ook hij werd in Lemmer begraven. De enige die de crash overleefde was Flying Officier (Wireless Operator)  Stanley Wilfred Gould, geboren op 5 maart 1920, 542820 – 47704 F/O en op 2 juli 1942 in Londen getrouwd met Enid M. Gould.   Hij werd 14 mei 1943 krijgsgevangen gemaakt en als Prisoner of War (POW) No. 1325 overgebracht naar Camp L3. In 1945 was hij weer terug naar Engeland en vestigde zich daarna in Peoria, Illinois, U.S.A. waar hij op 26 april 1994 overleed, 74 jaar oud. Zijn echtgenote Enid M. Gould uit Peoria was op 19 december 1913 in Londen geboren als dochter van Robert en Ivey Grace (Ruhl) Turnage. Zij stierf op 6 juni 2012, oud 98 jaar, Riverview Senior Living in East Peoria.

(info: Teunis Schuurman - alias- PATS)

Crew Lancaster Mk.I – W4981 – OL-F 13 may 1942- Mission: Pilsen
535117 – Sgt. Pilot – A.S. Renshaw – RAF - Age .. – KIA- Lemmer Cemetry - Grave C-9-240
1393387 – Sgt. – Navigator J.E. Lecomber – RAFVR – Age 20 – KIA- Lemmer Cemetry – Grave – C-8-238
542820 – 47704 – F/O – Wireless Operator – S.W. Gould – RAF – Age 22 – POW – in Camp L3, POW1325
1083323 – Sgt. - Flight Engineer – F.A. Worsnop – RAFVR – Age 29- KIA – Lemmer Cemetry – Grave C-9-239
1365974 – Sgt. - Bomb Aimer – H.R. Williamson – RAFVR – Age 22 – KIA – Lemmer Cemetry – Grave C-9-241
1310051 – Sgt. - Mid Upper Air Gunner – J. McGhee Hargreaves – RAFVR – Age 32 – KIA- Lemmer Cemetry – Grave – C-8-220
1333951 – Sgt. - Rear Air Gunner – J.R. Stone – RAFVR – Age 20 – KIA – Lemmer Cemetry – Grave C-8-237
(info: Teunis Schuurman - alias- PATS)

Bijna een half uur later schiet Linke zijn 22e vliegtuig bij Hieslum uit de lucht. Het ging hierbij om een Lancaster van het 9e Squadron. Ook hier kwam de gehele bemanning om het leven.

  • Aan dit verhaal kan nog een verhaal worden vastgemaakt. Het betreft het toenmalige raadselachtige grote gat in de landerijen in Wijckel op de landerijen van veehouder Jan Tijsma. Het land viel destijds onder Wijckel, gemeente Gaasterland. Op 1 juli 1944 werd Wijckel door herindeling onderdeel van de gemeente Lemsterland. De gemeente noemde het nu Follega en later weer Kooiweg in Lemmer. Hier staat een verslag opgenomen van de plek des onheils waar men op 14 mei 1943 wel een gat vond maar geen vliegtuig. Er zijn daarin meerdere raadsels opgelost. 

VRIJDAG 14 MEI 1943 

Om twintig minuten over twee ’s morgens haalt Lothar Linke zijn 23e vliegtuig naar beneden bij Wijnaldum. Het is een Halifax van het 78e Squadron. De commandant en 6 bemanningsleden komen om en er is slechts één overlevende.

  • Lothar Linke gaat deze nacht maar door en dat wordt zijn einde. Om 03.51 uur wordt hij zelf gedood als zijn Messerschmitt Me 100 door een technisch mankement bij Tacozijl neerstort. Zijn boordschutter, onderofficier Mende, kon zichzelf met de parachute in veiligheid brengen.
  • De Gaasterlandse politie krijgt vanmorgen om acht uur bericht dat er achter Wijckel een vliegtuig neergestort zou zijn. Bij aankomst vindt de politie een groot gat in het land van Jan Tijsma. Rondom het gat liggen alleen wat metaalresten van een vliegtuig maar verder is er niets te zien. Wel zijn de Duitsers met deze zaak op de hoogte want er staat een Duitser op wacht bij het gat. Waarschijnlijk is het gat ontstaan door een vallende Lancaster vliegtuigmotor. Op 13 mei had een Duitse nachtjager boven Gaasterland een Lancaster in brand geschoten. Dit verhaal staat bij 13 mei beschreven. Het gat is naderhand dichtgemaakt.
  • Van halftwee tot vijf uur ’s middags zoekt motorboot Hilda uit Lemmer bij zuidwestenwind en een kalme zee langs de gehele Gaasterlandse kust naar een vliegtuig dat hier neergestort zou zijn. Zij hebben niets gevonden.

14 – 21 MEI 1943 

Alle jonge mannen, geboren in het jaar 1921, moeten zich vandaag gaan aanmelden voor verplichte arbeid in Duitsland. 

ZATERDAG 15 MEI 1943 

Om zes uur ’s avonds wordt het officiële standrecht ingetrokken dat op 30 april was ingesteld vanwege de melkstaking. De Duitsers zijn er zeker van dat er voorlopig geen oproer dreigt.

MAANDAG 17 MEI 1943 

In de Hepkema’s Courant staan drie veroordelingen voor zakelijke aangelegenheden. De veroordelingen werden hen opgelegd door de Economische rechter in Leeuwarden.

WOENSDAG 19 MEI 1943

Minister Gerbrandij roept via de Radio Oranje met klem de oud-militairen op om zich niet aan te melden voor de verplichte tewerkstelling. Hij zegt er ook bij dat ambtenaren niet mogen meewerken aan de uitvoeringsbesluiten.

19 – 25 MEI 1943 

  • Een groep Duitse landjeugd logeert in de Boerenschool te Rijs. Met de Nederlandse deelnemers wordt een vormingsweek doorgebracht. Hierna blijven de Duitse jongeren nog een half jaar in Nederland bij gastgezinnen. De Nederlandse deelnemers gaan een half jaar naar Duitse gastgezinnen. 

DONDERDAG 20 MEI 1943

Hâns Samplonius uit Sondel schrijft in zijn dagboek dat er een drinkwaterkrapte ontstaat.

De klokken uit de kerktoren van de Rooms Katholieke Fredericuskerk in Sloten worden weggehaald.

VRIJDAG 21 MEI 1943

Vervolgens werden vandaag de twee bronzen klokken uit de (gemeente-)toren van de  Nederlands Hervormde Kerk van Sloten opgehaald. De predikant K.A. Oskam zet zijn handtekening onder een document waarin staat dat de klokken zijn verwijderd met de volgende gegevens: Een klok met een diameter van 42 centimeter en een gewicht van circa 45 kilogram. De klok is gemerkt met 2/135-C.  De tweede klok had een diameter van 69 centimeter en een gewicht van circa 215 kilogram. Het merkteken werd 2/136-C. Het document kwam gestempeld terug door I.A. Rüstungsinspektion Niederlande. De kleine klok bleef in Nederland en heeft als alarmklok dienstgedaan in de gemeente Vledder. Het vervolg over de klokkenroof is opgenomen in het hoofdstuk "De oorlog van Dag-tot-Dag  op 16 juni 1946.

MAANDAG 24 MEI 1943 

  • Opperwachtmeester Klaas Walda en politieman Leendert van der Bie zijn ’s morgens samen op patrouille. Om negen uur vinden zij in een perceel land bij Sondel negen strooibiljetten die uit vliegtuigen zijn gegooid in de nacht van 23 op 24 mei 1943. Ook in Sloten worden deze dag dit soort pamfletten gevonden.
  • Burgemeester Schwartzenberg van Gaasterland zorgt deze dag voor consternatie. Hoewel het reeds bekend is, laat hij deze dag overal in de gemeente pamfletten ophangen met de verplichting dat ieder zijn radiotoestel(len) moet inleveren. Het is niet op zijn bevel maar op voorschrift van de Höheren SS und Polizeiführer. Iedereen moet met zijn radio’s naar het gymnastieklokaal bij de openbare school in Balk. Balk wordt hiervoor de centrale plaats zodat alles ook in één keer alles – onder bewaking – kan worden opgeslagen. Er is een schema opgemaakt.
      • Balk: 10 en 11 juni van 8.30 – 12 uur en van 2-6 uur.
        Harich: 12 juni van 8.30 – 13.00 uur.
        Wijckel, Sondel en Ruigahuizen: 15 juni van 8.30 – 12 uur en van 2-6 uur.
        Nijemirdum: 16 juni van 8.30 – 12 uur en van 2-6 uur.
        Oudemirdum: 17 juni van 8.30 – 12 uur en van 2 – 6 uur.
        Bakhuizen: 18 juni van 8.30 – 12 uur en van 2-6 uur.
        Rijs en Mirns: 19 juni van 8.30 – 13.00 uur. 

24 MEI – 29 MEI 1943. 

Nu zijn alle jongeman aan de beurt die in 1922 of 1923 geboren zijn voor aanmelding van verplichte tewerkstelling ( "Arbeitseinsätz) in Duitsland. Velen deden dat niet en werden onderduiker.

VRIJDAG 28 MEI 1943

  • De klok wordt door de Duitsers uit het werkkamp Elfbergen in Oudemirdum gehaald. Het is een bronzen klok met een diameter van 45 centimeter met een brutogewicht van 65 kilo. De Duitsers besluiten uiteindelijk na een test de klok niet te smelten. Op 3 juli 1943 wordt de klok opgehangen in de Nederlands Hervormde Kerk te Rolde in Drenthe. Het zou toch eerlijker geweest zijn om de klok dan naar Elfbergen terug te brengen. Nu wordt een gestolen klok in Gods huis aldaar opgehangen. Op 1 maart 1946 verzoekt de burgmeester van Gaasterland aan de Directie Kunstbescherming om het Elfbergenklokje terug te brengen. De afloop hiervan is onbekend.

31 MEI – 2 JUNI 1943 

Nu moeten alle jonge mannen die in 1924 geboren zijn zich aanmelden voor de “Arbeitseinsätz” in Duitsland. Ook nu doen velen dat niet en werden onderduiker.

MAANDAG 31 MEI 1943

  • De burgemeester van Sloten had al eerder besloten om tot de verplichte radio-inlevering over te gaan. De inwoners krijgen drie dagen gelegenheid aan de verplichtingen te voldoen. Op maandag zijn de huisnummers 1-75 aan de beurt; een dag later kunnen de huisnummers 76-150 de toestellen inleveren en de huisnummers van 151 en meer kunnen dat op de woensdag doen. Alle keren is de inlevertijd van 9-12 uur en van 2- 5 uur.
    Op 10 juni 1943 maakt de gemeente Sloten bekend dat er exact 50 toestellen ingeleverd zijn.

6 eigenbouwradio’s
6 Erres
12 Philips
16 Telefunken
1 La Fayette
1 Fada
1 Owin
5 NSF
1 Halson
1 Unigro

Het boek: “Het radiotoestel in de Tweede Wereldoorlog” constateerde dat de ingeleverde radiotoestellen in de gemeenten voor het grootste gedeelte van Philips afkomstig waren met een gemiddelde inlevering van 50%. Daar waren twee gemeentelijke uitzonderingen op: Wessem in Limburg en de stad Sloten. Alleen in deze twee gemeenten is Telefunken een groter merk dan Philips. Beide gemeenten waren klein en de ingeleverde aantallen bescheiden. In Wessum was in 1943 één radiohandelaar die al jaren houder was van een Telefunken Service Station.

  • Zo zullen ook de Slotenaren alles bij een radiohandelaar in Sloten gekocht hebben. In Balk werden 69 Philipsradio’s ingeleverd en 19 Telefunkentoestellen.

Telefunken 33W (uit1930). Dit type van het Duitse Telefunken is of was in Nederland kennelijk heel populair, want Nederland levert in 1943 hiervan ruim 5.000 stuks in. Het is het meest voorkomende type van Telefunken (althans bij de inlevering in 1943). Ook de 33WL en 40W waren populair. Al deze types zijn wisselstroomtoestellen voor midden- en langegolf. (Foto:John Koster).

Publicatie uit het boek: het Radiotoestel uit de Tweede Wereldoorlog)

MEI/JUNI 1943

  • Het aantal onderduikers in Friesland en Gaasterland neemt snel toe. In een woonplaats in Midden Friesland was er in april één onderduiker; een maand later waren dat er twee en in juni zouden dat er al dertig zijn.
  • De Zuidwesthoek autobusonderneming kreeg het steeds moeilijker het bedrijf in gang te houden vooral toen in deze zomer de Duitsers de garage in Balk vorderden. De bezetting van de radarpost in Sondel had onderkomen nodig voor de vrachtwagens. Eerst was er nog sprake van dat ook de woningen bij de garage van de families Tjalk en Harmen de Boer ontruimd moesten worden maar dat viel nog iets mee. De wacht verbleef in het kantoor van de garage en de wachtcommandant verbleef in het kantoor van buurman Hoite Detmar. De garage moest worden ontruimd en bussen en onderdelen werden her en der ondergebracht. Zo ook in de garage van de Jong in Oudega. In die garage stond een Chevrolet personenwagen van het bedrijf zonder accu en rotor. Die onderdelen waren verstopt. Wel kon de auto als dat nodig was snel gereed gemaakt worden voor het verzet. Om ruimte te maken voor de bussen die uit Balk moesten verdwijnen, werd de Chevrolet ondergebracht bij boer Jelle Stoffelsma in Oudega. Het gehele verhaal over deze auto staat geschreven in deel II, hoofdstuk 31.
    De bezettende bemanning van de garage bleef lange tijd ongewijzigd maar er verscheen nogal eens een andere wachtcommandant. Verder waren er nog wat militaire chauffeurs. Jozef Fleck, een Oostenrijker, behoorde daar ook bij evenals de Duitsers Brinkman en Vetter. Het meeste contact was er met Jozef Fleck. Deze is later gedeserteerd. Zijn verhaal is hier te lezen.
  • Een van de wachtcommandanten was Henske; een gifkikker die gepest werd waar dat mogelijk was. Henske ging om met een snolletje uit Amsterdam genaamd Marie met kind. Beiden had hij meegenomen naar Balk. Een van de wachtcommandanten was Henske; een gifkikker die genard werd waar dat mogelijk was. Henske ging om met een snolletje uit Amsterdam genaamd Marie met kind. Beiden had hij meegenomen naar Balk. Marie haar familie woonde in Amsterdam en die had zoals velen tijdens de hongerwinter, erge honger. Henske kwam op het idee daartegen iets te doen. Hij maakte een Fahrbefehl waartoe hij overigens niet de bevoegdheid had. Hij let de witte Opel, een kleinere bus die nog op benzine reed, volstoppen met aardappelen en ander voedsel. Hij beval ZWH- chauffeur Wieberen van der Zee uit Balk deze bus onder zijn begeleiding naar Amsterdam te rijden. Alles leek goed te gaan tot in de Wieringermeerpolder waar een van de voorwielen va de as liep. Wonder boven wonder vonden ze alle onderdelen terug en na een paar uur zwoegen konden ze hun weg vervolgen. Ze hadden echter veel tijd verloren en ondanks het feit dat ze alle controles zonder problemen gepasseerd waren, konden ze onmogelijk voor de verplichte meldingstijd terug in Balk zijn. De wacht, in dit geval een Beiers boertje, al op leeftijd en naam onbekend, werd vreselijk zenuwachtig.”Wass soll ich den, wass soll ich den”, zo liep hij de garage op en neer. Hij pakte tenslotte de diensttelefoon en belde naar Kamp Eisbär in Sondel om dit voorval te vertellen. Binnen luttele minuten kwam er een eenheid Duitse soldaten uit het kamp en zette de omgeving af om daarna in de ZHW-garage te posten. Na een half uur hoorden ze de bus aankomen. Chauffeur Wieberen van der Zee uit Balk zag alle drukte en stopte 100 meter ter hoogte van administrateur Detmar aan de Wilhelminastraat in Balk en wandelde rustig naar de ZWH garage. Hij werd ongemoeid gelaten maar Henske werd gevangen genomen en naar Kamp Eisbär in Sondel afgevoerd. Het gerucht wilde dat hij naar het oostelijk front in Rusland was gestuurd.
  • Op last van de Duitsers moest het nog aanwezige ZWH-personeel een bestaande autobus ombouwen tot een overvalwagen. In de zijwanden werden ter hoogte van de zitplaatsen openingen gemaakt voor het snel in- en uitspringen. Met de ombouw werd enorm gelanterfant en het voertuig is nooit gebruikt geweest.

DINSDAG 1 JUNI 1943

De klokken uit de toren van de Rooms Katholieke Kerk in Bakhuizen en de klok uit de eeuwenoude (1767) klokkenstoel van Mirns worden vandaag opgehaald. De auto die de klokken ophaalt, verschijnt in Bakhuizen en dat wordt door de Bakhuisters gezien. De Bakhuister jongens vliegen naar de klokken in de kerktoren en beginnen te luiden. Zij worden daarvoor gewaarschuwd maar ze trekken zich er niets van aan. De klokkenophalers worden het zat en snijden de touwen door zodat het luiden niet meer mogelijk was. Zij waren al niet goed te spreken omdat er een afspraak was gemaakt dat de klokken klaar zouden staan op het kerkhof. Een jeugdige inwoner van Bakhuizen schrijft nog op de klok: “Die met gewijde klokken schiet, wint de oorlog niet”.

De klok uit de klokkenstoel van Mirns stond al klaar om door een vrachtauto voor vertrek opgehaald te worden. Hendrik (5 jaar) en zijn broer Berend Bruinsma (3jr.) stonden erbij. Fotograaf is Mandemaker uit Balk. Hij maakte in opdracht van het Rijksarchief van Friesland foto’s van de gevorderde klokken. Toen hij een foto van de klok gemaakt had, kwam mevrouw Bruinsma-Roskam toelopen want zij als buurvrouw alles gezien. Zij vroeg aan Mandenaker nog een foto te maken waar haar beide zonen bij de klok stonden. Mandemaker vond het prima als zij er niet over zou praten. Aan de kleding is te zien dat er weinig voorhanden was. Hendrik had niet een jasje aan maar een manteltje dat van een goede kennis was gekregen.  De klok is niet teruggekomen. Pieter Geest uit Amsterdam had de klok in 1767 gegoten.

De klok uit de toren van Nijemirdum is wel opgehaald maar zonder klepel. De klok is gespaard gebleven en weer teruggekomen. De klepel was illegaal in Nijemirdum achtergebleven. Dat kwam doordat de Nijemirdumer jongeman Bennie Eppinga vanuit eén van de torengalmgaten de klepel had zien hangen in de takken die daar door de roeken waren achtergelaten. Hij gaf de klepel toen in het galmgat een zetje waardoor deze naar beneden viel. Door de val en het gewicht kwam deze vrij diep naar beneden in de grond terecht. De klepel is toen uit de grond opgegraven en heeft gedurende heel de oorlog op de hooizolder gelegen van zijn ouders boerderij.

Hendrik (5 jaar) en Berend (3 jaar) Bruinsma bij de klok van Mirns. Fotograaf Mandemaker uit Balk

VRIJDAG 4 JUNI 1943 

In Langweer is de distributiedienst gevestigd van de gemeenten Doniawerstal, Gaasterland en Sloten. Om 15.45 uur vindt hier in het distributiekantoor een gewapende overval plaats door vijf leden van de KP (Knokploeg) uit Groningen. Het is de eerste overval in Nederland. Twee leden daarvan waren de gebroeders Jacob Pieter (Jaap) en Pieter (Piet) Gootjes uit Baflo. Van twee anderen zijn de namen bekend: Klaas Roelof Woltjer en Piet Hut uit Usquert. Van de gebroeders Gootjes is bekend dat zij deel hebben genomen aan meerdere gewelddadige acties tegen de Duitse bezetter en aan overvallen in Ferwert, Ten Boer, Baflo, Kerkenveld en Steenwijksmoer bij Coevorden. Bij een inval op 11 februari 1944 in Middelstum werden zij door de SD gedood. Het verhaal wil dat ze in elkaars armen zijn gestorven en zo werden gevonden.

Verzetswerkster Siet Tammens was in de stad Groningen de centrale spil voor ontvangst van de buit uit Langweer.  Zij verbergt de eerste dagen de gebruikte wapens en 4680 bonkaarten; 24.931 losse bonnen, 800 inlegvellen, een aantal persoonsbewijzen, enkele stempels en f. 5020,00 contant (plm. € 2300). De bonnen zijn daadwerkelijk bijna allemaal voor de onderduikers gebruikt.  Er wordt een beloning uitgeloofd voor aanwijzing van de daders en het verradersloon bedraagt ook f. 5000,00. De burgemeester, de secretaris, gemeenteontvanger en al het verdere secretariepersoneel worden ondervraagd. Enkele dagen na de kraak werden gemeentesecretaris Plantinga en adjunct-commies Bauke Gosse van Hout* opgepakt door de SD.

Informatie www.wikepedia.org:
Bauke Gosse van Hout (Balk, 16 augustus 1907 - Oudemirdum 19 juli 1984) was een politicus van de CHU en later het CDA. Hij werd geboren als zoon van Klaas van Hout (1877-1959) en Antje Haga (1878-1962). Hij begon zijn ambtelijke loopbaan als volontair bij de gemeentesecretarie van Gaasterland waar zijn vader van 1913 tot 1 januari 1943 gemeentesecretaris was. Vervolgens werkte hij bij de gemeente Doniawerstal (gemeentehuis Langweer) als adjunct-commies. Op 9 juni 1943 werd hij samen met de gemeentesecretaris Sierk Plantinga (zijn latere schoonvader) gearresteerd op verdenking van uitgifte persoonsbewijzen met een valse naam aan Nederlandse Joden. Zij werden overgebracht naar het politiebureau te Sneek en daar in een cel ingesloten. Op 13 juni 1943 werden Plantinga en Van Hout beiden van Sneek overgebracht naar de Polizeigefängnis te Scheveningen, ook wel bekend als het "Oranjehotel". Sierk Plantinga en zijn secretariemedewerker hadden inderdaad de persoonsbewijzen met de valse namen verstrekt. Plantinga en Van Hout werden op 20 september 1943 wegens gebrek aan bewijs weer in vrijheid gesteld. De overval van 4 juni 1943 op het  gemeentehuis/distributiekantoor van Langweer had het knoeien met persoonsbewijzen onmogelijk gemaakt. Bauke van Hout verbleef in Scheveningen in celnummer 372. Sierk Plantinga bewoonde in die drie maanden celnummer 548. Na zijn vrijlating dook Van Hout onder en sloot zich daarna aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten (Knokploeg Gaasterland ‘de Watergeuzen’) en was onder andere betrokken bij wapendroppings in Gaasterland.

Na de oorlog trad Bauke van Hout in dienst bij de gemeente Naarden.  Van Hout was daar adjunct-commies eerste klas voor hij in september 1952 benoemd werd tot burgemeester van Marken. In augustus 1973 volgde zijn benoeming tot burgemeester van de Gelderse gemeente Zelhem. In september 1981 ging hij vervroegd met pensioen.

WOENSDAG 9 JUNI 1943 

  • In zijn woonplaats Baarn wordt hoofdwachtmeester Marten van der Goot gearresteerd op verdenking van illegaal werk. Hij was 20 augustus 1891 in Wijckel geboren als zoon van arbeider Jelle van der Goot en van Lolkje Leentjes. Hij trouwde met Elisabeth van der Goot-Hulstein. Marten van der Goot komt via Amsterdam in het concentratiekamp Vught terecht. Van hieruit wordt hij 6 september 1944 op transport gezet naar het concentratiekamp Oraniënburg/Sachsenhausen. In het begin van februari 1945 wordt hij overgebracht naar het concentratiekamp Buchenwald maar even later weer teruggebracht naar Oraniënburg. Hier stierf hij op 29 april 1945 aan ontberingen. Een aanwijsbaar graf van hem is niet te vinden. 

VRIJDAG 11 JUNI 1943 

  • Het Rooms Katholiek Kerkbestuur van Balk besluit om nieuwe kerkklokken aan te schaffen. De vorige zijn door de Duitsers weggenomen. Het besluit was snel genomen maar de levering van de nieuwe heeft erg lang op zich laten wachten.

DINSDAG 15 JUNI 1943

  • De Knokploeg van de groep Lever uit Sneek richt het “bijkantoor van de B.B.C.” op. De afkorting is van de radiozender Britisch Broadcasting Corporation. De knokploeg begint in het hotel van Henk Bonnema in Workum met het printen en daarna distribueren van de gestencilde blaadjes met het opgevangen B.B.C.-nieuws van de Engelse Radio. De blaadjes verschenen eerst twee keer in de week en dat werd later opgevoerd naar drie maal in de week. Zo nu en dan moest de drukkerij zich verplaatsen omdat het te gevaarlijk werd. Van Workum wordt het verhuizen naar Sneek en van daaruit weer naar Gau.
  • Ook daar wordt het te gevaarlijk geacht en gaat de drukkerij terug naar Sneek. Ze blijven verhuizen want het wordt hier weer te gevaarlijk gevonden en alles wordt weer gebracht naar de plaats waar alles begonnen is, nl. Sneek. De laatste verhuizing was toch weer van Workum naar Sneek. In Heerenveen werd een filiaal geopend. De krantjes hebben twee jaar prima werk gedaan en hadden een grote populariteit in de gehele Zuidwesthoek en dus ook Gaasterland. De eerste oplage was met 300 exemplaren en al redelijk snel werden dat er 2500 stuks. Het netwerk breidde langzamerhand uit tot uiteindelijk 5500 kranten.

DINSDAG 22 JUNI 1943

  • Om twintig minuten over negen ’s morgens komt er een zwerm van plusminus 200 Amerikaanse bommenwerpers over de Zuidwesthoek dreunen. Alle vliegtuigen zijn op weg naar de synthetische rubberfabrieken in Hüls, WestfalenBoven het gebied Koudum – Workum ontstaat er een luchtgevecht met Duitse jachtvliegtuigen. Enkele aangevallen Amerikaanse vliegtuigen laten hun brisantbommen vallen om zich beter te kunnen verdedigen. Door het verlies van de bommen kan het vliegtuig zich sneller bewegen. De gedropte bommen komen neer in het noordwestelijke gedeelte van de Fluezen. Ook in Mirns komen bommen neer. Aan de Bokkeleane in Harich vallen aan de westzijde daarvan op een perceel land acht brisantbommen en één brisantbom valt in het korenveld.
  • Sijbrand Jacobus Wierda, geboren 17 maart 1905, woont in Harich. Hij legt een verklaring af aan de politie dat er ’s morgens om halftien een vliegtuigbom gevallen is op een perceel weiland dat op een afstand van dertig meter aan de zuidkant van zijn woning ligt. De bom was direct ontploft en had een groot gat in de grond geslagen met een diameter van ongeveer 7-8 meter met een diepte van twee meter. Het raam van zijn woonkamer was door de luchtdruk verbrijzeld en ook nog enkele glasramen van zijn kippenhok. Uit de afmetingen van de bomtrechters kan opgemaakt worden dat de bom een gewicht had van 500 Engelse ponden oftewel 228 kilo, Waarschijnlijk hebben twee bommenwerpers hier hun lading gedumpt voor terugkeer naar Engeland.
  • Bij Mirns vallen in totaal ook negen bommen waarvan er één in het korenveld terecht komt. Eén van die bommen zorgt ervoor dat er een grote zware granieten zwerfsteen uit de grond naar boven komt. Het lag op het land van Obe Veltman aan de Wieldyk. Deze steen is naderhand verplaatst naar de ingang van het gemeentelijk kerkhof in Mirns. Bij A. Tolsma, Wieldyk 16 in Mirns is 4 hectare grasland bij de boerderij beschadigd. Er zijn twee bomkraters in zijn weiland met een middellijn van 9 meter.  De bomkraters werden gedicht met te ontgraven grond aan de hoogte in het terrein.. De kosten zijn 132 gulden.
  • Burgemeester Schwartzenberg doet al op 24 juni 1943 een aanvraag om schadevergoeding bij de dienst van de Algemeen Gemachtigde voor de Oorlogs- en Defensieschaden in Amersfoort. Uit zijn schrijven kan de totale schade worden opgemaakt in Mirns.
      • J. de Kroon 7 ruiten,
        Y. Falkena 7 ruiten,
        S. Sijbrandij een onderruit met 4 ramen, een onderruit met 1 raam, 1 ruit, 4 ruiten en nog eens 15 ruiten,
        J. van Dammelen 2 ruiten,
        Harm Visser 8 ruiten,
        J. Melchers 18 ruiten, 3 ruiten, 1 ruit en een onderruit kapot, 2 onderruiten kapot; 11 ruiten en 2 kleine ruiten,; 11 ruiten en ongeveer 100 dakpannen, 4 ruiten, 5 ruiten met twee ramen en nog eens 18 ruiten,
        S.J. Sikkes 5 ruiten met bovenruit. 8 ruiten met onderruiten,
        D. Nagelhout 8 ruiten met onderruit; 1 ruit; 2 ruiten met raam en 3 ruiten.
        A. Tolsma. 22 ruiten en 6 onderruiten.
        O. Veltman. 5 ruiten, 2 ruiten met twee kleine ruiten.
        J. Roodhof. 5 ruiten met 1 onderruit; 5 ruiten met raam.
        A. Folmer. 15 ruiten met drie ramen en nog eens drie ramen.
        R. Visser. 3 ruiten. A. van der Zee. 1 ruit en ongeveer 25 dakpannen.
        J. Sikkes. 3 ruiten met boven- en onderruit.
        Nagelhout: 2 ruiten.
        De opgave van Schwartzenberg eindigt met: “De meeste ramen met gemiddelde afmeting zijn vernield of niet bruikbaar".

De dikke kei die 22 juni 1943 naar boven kwam en sinds 1970 bij ingang van het Mirnser Kerkhof ligt. Postbode Berend Mous naast de steen. Op de steen staan Klaske Witteveen (r) en Afke Bakker (l). Foto archief H. Twerda

De kei op de achtergrond naast het gat.  Op de rand  van het bomgat staan: Klaske Tolsma, Aly Tolsma, Durk Nagelhout en Gerrit Wypkes van der Wal. In het gat; achterste rij v.l.n.r. : Tryntsje Tolsma-Sikkes; Willemke Nagelhout-van der Wal en Jozef Nagelhout, middelste rij  v.l.n.r.: Jantsje de Lange-Nagelhout; Durkje de Vreeze-Nagelhout en Sake Agricola, vooraan staat Pieter Johannes Bult. Foto H. Twerda

 

 

 

 

 

 

 

 

De familie Sijbrandij op de rand van de bomkrater. Op de achtergrond hun boerderij in de Wielpolder.
Foto archief J. de Jong.