Pieter Kornelis Walda

Pieter Kornelis Walda, geboren op 24 januari 1892 in Scharnegoutum, stierf door ontberingen in het Japanse interneringskamp Ambarawa, kamp 8 in Nederlands-Indië op 22 december 1944 met kampnummer 27794. Zijn ouders waren Roelf Hendrik Walda (1856-1928), hoofd der school, en Aaltje Sjoerds Bartlema (1858-1958) uit Scharnegoutum. Pieter Kornelis was eerst werkzaam als onderwijzer aan de Chr. basisschool in Balk tot 1918. Daarna werd hij onderwijzer in Sliedrecht en vandaar terug naar Bolsward. Dan werd op 10 mei 1927 met de S.S. Vondel koers gezet naar Nederlands-Indië waar hij zich verbond aan de Hervormde Zendingsschool voor Mulo. In 1934 kwamen ze voor verlof even terug naar Nederland. Tijdens de Japanse bezetting was het gezin geïnterneerd in een berucht Jappenkamp. Pieter Kornelis werd begraven op het Nederlandse ereveld in Kalibentang, Semarang in vak M rij I-nummer 214. De burgerlijke stand van Batavia schreef in 1946 zijn overlijden in met aktenummer 2939

 

Pieter Kornelis was 3 april 1918 in Balk getrouwd met de op 18 juni 1891 in Balk geboren Froukje Kanninga. Zij was een dochter van slager Hendrik Harmens Kanninga en van Eelkje Cornelis de Jong. Pieter Kornelis en Froukje kregen vier kinderen:

  1. Aaltje Froukje (Alie) Walda werd 21 juli 1924 in Bolsward geboren en overleed 5 augustus 2004 in Airdrog, West-Australië. Haar echtgenoot werd Gustaaf Paul van Rhijn (1923 -2011 in Perth, Australië) want zij trouwden op 1 september 1948 in Batavia. Zijn vader was Pieter van Rhijn, geboren 16 januari 1892 in Haarlem, hotelier in Bandoeng en overleden 6 december 1981 in Leidschendam. Zijn moeder was Dieuwertje de Groot, geboren in Purmerend in 1891 en overleden op 18 januari 1945 in het interneringskamp Ambawara, Nederlands-Indië. Dus de vader en de aanstaande schoonmoeder overleden in hetzelfde interneringskamp.
  2. Eelkje Walda. Zij is gescheiden van Leo Knuth. In 2002 woonde Eelkje in Bilthoven en haar ex-partner woonde in 2002 in de United States of Amerika.
  3. Roelof Hendrik Walda. Hij werd 4 mei 1922 in Bolsward geboren. Aan hem is een apart hoofdstuk gewijd.
  4. Hennie Walda. Van haar is alleen bekend dat zij rond 1943 in een Jappenkamp in Nederlands Oost-Indië is overleden.

 

De weduwe van Pieter Kornelis Walda is vlak na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog teruggekomen naar Balk. Zij gaf opdracht tot het bouwen van de woning Bloemstraat 5 in Balk (zie foto). Zij gaf de naam "Preanger" aan de woning wat verwijst naar een gebied rond Bandoeng op het eiland Java waar de familie Walda heeft gewoond. Zij overleed op 1 november 1989 in het verzorgingscentrum De Finke te Koudum en werd in Harich begraven.

 

Gezicht op het Jappenkamp Ambawara Bron: Het geheugen van Nederland. www.langsdeluts.nl Toelichting op de tekening: Twee rijen barakken met een grasveld en een weg ertussen. Links de keuken en rechts de “grote weg” met barakken en een rond gebouwtje. Dit laatste gebouwtje is niet de niet-werkende cartesische bron. Verspreid zijn hier en daar mensenfiguren zichtbaar, werkend of in groepsverband pratend. Op de achtergrond bomen en heuvels. Het gebouwtje is de zogenaamde Cartesische bron. De watertoren was afgesloten door de Indonesiërs waardoor de bron als enige watertoevoer voor de 4000 inwoners overbleef. Om de keukens van water te voorzien vormden de vrouwen een menselijke ketting van de bron tot aan de keukens, om het water in emmers door te geven. De rij overbrugde een afstand van ongeveer 250 meter.

De familie Walda trof nog meer oorlogsleed. Jan Roels Walda (foto), een broer van Pieter Kornelis, geboren 28 december 1893 in Scharnegoutum, was ook Nederlands Hervormde onderwijzer aan de Chr. Lagere School in Balk vanaf 1912. Zowel hij als zijn broer Pieter Kornelis waren in de kost geweest bij bakker Wiebe Tjeerds Wijnstra aan de Meerweg in Balk. Daarna is hij in 1913 onderwijzer in Scheveningen en in 1922 begint zijn leraarschap aan het Chr.  Lyceum in Hilversum. Hij zal hier zijn gehele leven blijven. In 1922 trouwt hij met Margaretha C. Terhorst en het huwelijk werd verrijkt met twee zoons Aleke Walda en Arie Jan Walda.  Jan Roelfs Walda weigerde in de Tweede Wereldoorlog te doen wat de Duitsers van hem als onderwijzer wilden. Daarom raakte hij in het verzet. In 1945 kwam de Sicherheidsdienst om hem te arresteren omdat hij zijn zoon ontraden had voor verplichte tewerkstelling naar Duitsland te gaan. Hij werd naar Kamp Amersfoort gebracht en van daaruit moest hij op transport naar Duitsland. Tijdens dit transport is hij aan ontberingen overleden in Kdo, Sandbostel Neuengamme.